Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 


Concert
Morris Kliphuis / Lucky Fonz III - The Secret Diary of Nora Plain

November Music, zaterdag 11 november 2017, Willem Twee Concertzaal, 's-Hertogenbosch

Hoornist Morris Kliphuis, we kennen hem binnen de jazz van The Kyteman Orchestra en natuurlijk van Kapok, ontwikkelt zich steeds meer als musicus en componist die van meer markten thuis is. Zo is hij lid van het grensverleggende, in Berlijn gevestigde ensemble Stargaze en leverde hij al de nodige interessante composities af. Tijdens de vorige editie van November Music ging zijn 'A Thousand Foxes' in première. Voor North Sea Jazz deze zomer creëerde Kliphuis 'Dimlicht' en nu ziet 'The Secret Diary Of Nora Plain' het licht.

Het is een zeer actuele liederencyclus die Kliphuis samen met tekstdichter Lucky Fonz III ons hier presenteert. Hoe vrij en onafhankelijk zijn wij nog in een wereld waarin de sociale media steeds dominanter worden en dienovereenkomstig ons leven indringen? Het duo heeft daarbij zeker oog voor de ambivalentie die hierin een grote rol speelt. We presenteren onszelf onbeschaamd op de diverse fora, maar willen tegelijkertijd controle houden. Dat dit niet altijd samengaat horen we eigenlijk liever niet. We willen wel compromitterende foto's rondsturen, maar zijn vervolgens van slag als deze in verkeerde handen vallen. Zonder iets af te willen doen aan ieders verantwoordelijkheid kunnen we met recht wel stellen dat de sociale media en haar mogelijkheden ons soms ook redelijk boven het hoofd groeien.

Prachtig is de scène, een hoogtepunt in de liederencyclus, waarop de sopraan Nora Fischer 'There’s A Rat In My Room' zingt, gevolgd door met beklemmende muziek ondersteunde 'I Can Hear It!'. Die eerste zin, Fischer blijft hem herhalen, steeds vuriger, angstiger, tot ze volledig buiten zinnen is! Laat dat maar aan Fischer over, die buiten een grandioze zangeres ook zeker een actrice genoemd kan worden. Die hier op zeer expressieve wijze aan Nora Plain gestalte geeft. En daarmee aan de ambivalentie. Ze verleidt, de erotiek is voelbaar, maar is tegelijkertijd kwetsbaar, terugschrikkend voor hetgeen ze eerst zelf in gang heeft gezet. Het culmineert in 'To Be Watched', op een slepend, zwaar ritme. Fantastisch vertolkt door het fenomenale Ragazze Quartet en slagwerker Remco Menting. De spanning tussen gewenst en ongewenst ligt hier aan de oppervlakte.

Maar Kliphuis schreef niet louter een actueel en prangend stuk. Hij laat hier ook horen muzikaal van wanten te weten en combineert ingetogen, subtiele momenten op mooie wijze met onvervalste dynamiek, regelmatig vervat in eclatante ritmische patronen waarin zich de invloed van de betere popmuziek doet gelden. En hij boft! Want wat deze musici hier presteren is van het allerhoogste niveau. Aan alles is dan ook te merken dat hier vanaf het allereerste begin een kruisbestuiving heeft plaatsgevonden tussen componist, tekstschrijver en uitvoerende musici.

Foto's: Cees van de Ven & Cedric Craps

Labels: ,

(Ben Taffijn, 21.11.17) - [print] - [naar boven]



Vooruitblik / Nieuws / Jazztube
Lenine te gast bij uitreiking Buma Boy Edgar Prijs aan Martin Fondse


De gelauwerde Braziliaanse singer-songwriter Lenine zal een gastoptreden geven op de door Martin Fondse samengestelde concertavond op 6 december in het Bimhuis. Fondse krijgt die avond de Buma Boy Edgar Prijs uitgereikt, de meest prestigieuze Nederlandse prijs voor jazz en geïmproviseerde muziek.

In 2013 ging Lenine een samenwerking aan met het Martin Fondse Orchestra (MFO) onder de naam 'The Bridge'. De titel van dit project verwijst naar de historische relatie tussen Brazilië en Nederland en de symboliek van de brug als verbinding. Het project van Lenine en MFO duurt al meer dan vier jaar en bracht hen wereldwijd op toonaangevende podia. In juli 2017 werd hun dvd/cd 'The Bridge, Live At Bimhuis' onderscheiden met twee Prêmio da Música Brasileira (de Braziliaanse Grammy) in de categorieën Best Album en Best Singer (Lenine).

De overige artiesten die op 6 december het podium delen met pianist, componist en arrangeur Martin Fondse zijn: Claudio Puntin, Eric Vloeimans, Dirk Peter Kölsch, Eric van der Westen, Mete Erker, Morris Kliphuis , Remy van Kesteren, Sanne Rambags, Anna Serierse, Jörg Brinkmann, Annie Tangberg en Kees van Kooten. Fondse ontvangt de Buma Boy Edgar Prijs 2017 uit handen van Wim Vos. De presentatie van de avond is in handen van Vera Vingerhoeds.

Speciaal voor zijn Buma Boy Edgar Prijs Tournee in 2018 componeert Martin Fondse de nieuwe suite Card Games. Op 6 december zal voor het eerst het stuk 'Hearts' uit deze suite te horen zijn.

VPRO Vrije Geluiden zal verslag van de avond doen op NPO Soul & Jazz en op www.vrijegeluiden.nl.

Martin Fondse (1967) speelt piano en vibrandoneon (de barokke versie van de melodica) en geniet daarnaast bekendheid als componist en arrangeur van jazz en hedendaagse muziek. Hij heeft een voorkeur voor grote bezettingen en vormde diverse eigen ensembles, zoals het Martin Fondse Oktemble, de Groove Troopers en het Starvinsky Orkestar (later het Martin Fondse Orchestra of MFO). Fondse speelt veelal eigen composities, variërend van solostukken tot werken voor symfonieorkest. Zijn muzikale speelveld reikt van cartoonachtige muziek en traditioneel bigbandrepertoire tot muziek met invloeden uit diverse windstreken, moderne dansmuziek en klassieke muziek. Kenmerkend is de eigen, narratieve en humoristische stijl. In zijn eigen ensembles figureren vaak jonge talenten naast ervaren krachten. Hij ontving (inter)nationale onderscheidingen voor zijn orkestraal werk en zijn filmmuziek.

Uit het juryrapport: "Martin Fondse verdient de prijs voor zijn veelzijdige en kleurrijke bijdrage aan de Nederlandse jazz- en muziekscene, om zijn talrijke ensembles, zijn composities en arrangementen, de bijdragen aan film en theater en voor zijn rol als motivator, inspirator en mentor voor talloze jonge musici en bezettingen."

Foto: Tami Toledo Matuoka

In de Jazztube hierboven zie en hoor je Lenine en het Martin Fondse Orchestra met 'The Bridge', live op Moers 2013.

Labels: , ,

(Maarten van de Ven, 20.11.17) - [print] - [naar boven]



Jazzradio
Jazz Rules #138


In deze aflevering komt programmator Pieter Koten (kunstencentrum KAAP, WERF Records) vertellen over het driedaagse Storm!-festival in Oostende. Je hoort uiteraard muziek van de bands die er spelen. Met onder andere nieuw werk van Octurn, Verneri Pohjola en Jon Balke Siwan.

Ook Peter Vermeersch van Flat Earth Society komt naar de studio. Hij vertelt er aan Dirk Roels het verhaal van 'Boggamasta', de nieuwe en spetterende plaat van Flat Earth Society featuring David Boveé. Uiteraard hoor je ook muziek van dit dampende album.

Klik hier om Jazz Rules #138 te beluisteren.



Labels: ,

(Maarten van de Ven, 20.11.17) - [print] - [naar boven]





Concert
Sextet los zand

Odei Al-Magut Sextet, dinsdag 7 november 2017, De Smederij, Groningen

Eigenlijk is het elke dinsdag raak in het Groninger eetcafé De Smederij. Het simpele basisrecept is: voor de pauze een min of meer vaste groep of project en daarna een niet zelden uitbundige jamsessie. Er is altijd wel wat bij dat er uitspringt.

Dat was afgelopen dinsdag niet anders. Eerst kregen we het Odei Al-Magut Sextet, een groep die een jaar of zes geleden geformeerd werd en sindsdien incidenteel een reünie viert. Dat kan ook niet anders, gezien de zeer uiteenlopende locaties waar de respectieve leden zich ophouden. De leider/trombonist bijvoorbeeld houdt om beurten domicilie in Amsterdam, New York, Groningen en de rest van de wereld. Het Sextet trad thans dan ook niet aan in de organieke bezetting: de helft van de groep bestond uit remplaçanten. Dat hoorde je in het gebrek aan samenhang en in de neiging de tempi te laten versnellen. Jammer ook dat Al-Magut kennelijk geen achtergrondjes voor de solisten had uitgeschreven, wat met een frontlijn van trompet, trombone en tenorsax heel goed uit had kunnen pakken.

Toetsenspeler Dart Morris viel op met zijn elegante spel en zijn grote oren. Er waren momenten van intense interactie met de onvolprezen funkmeister en basgitarist Benson Itoe.

Liet de souljazz van het Al-Magut Sextet dus een onbevredigend gevoel achter, de jamsessie bood meer vuurwerk. In 'I’ll Remember April' – waar heb ik dat liedje toch eerder gehoord? – gaf Iakovos Symeonidis een beknopte, doch volledige cursus bopgitaar, maar we spitsten onze oren en schoven naar het puntje van onze stoel toen hij samen met udspeler Özhan Acikbas een oosterse drone inzette. Heel curieus: secondenlang was ik ervan overtuigd dat de muzikanten hun instrumenten aan het stemmen waren, terwijl de performance allang begonnen was. Voorzichtig werd er wat ritme toegevoegd. Bassiste Rozan Asmussen, een klein doch kennelijk onbevreesd meiske (of mag je dat ook niet meer zeggen? Nou, sorry hoor) spijkerde de groove grondig vast en Morris kon de verleiding niet weerstaan om het Roland-keyboard ter hand te nemen. En toen trombonist Vlad Psaruk er passende jankende noten aan toe kwam voegen hád de zaal het niet meer. Met bijna onzichtbare gebaartjes en ogenblikken werd de zaak op koers gehouden – dit is jazz, friends and neighbors. Bij de laatste noot pleurde het drumstel in elkaar, ook nog eens.

Labels:

(Eddy Determeyer, 18.11.17) - [print] - [naar boven]



Cd
Atomic- 'Six Easy Pieces' (ODIN Records, 2017)

Opname: 13-14 april 2016; 4 februari 2016

Het bijna zeventien jaar bestaande Atomic heeft zich inmiddels naar de voorhoede van de Scandinavische jazz begeven. Na het in 2015 uitgekomen 'Lucidity' kwam enige maanden geleden 'Six Easy Pieces' op de markt , hun eerste album op het ODIN-label, met naast die zes eenvoudige stukken een over twee cd's verspreid liveconcert uit februari 2016. Als van ouds zijn ook hier saxofonist Fredrik Ljungkvist en pianist Havard Wiik verantwoordelijk voor de composities van dit illustere kwintet. Verder is er weinig veranderd. Magnus Broo bespeelt nog altijd de trompet, Ingebrigt Håker Flaten is ook nu weer de bassist van dienst en de nieuwkomer op 'Lucidity', drummer Hans Hulbækmo is eveneens van de partij. De kenmerkende stijl van Atomic die varieert tussen ingetogen kamermuziek en felle impro is ook gebleven, dus zo 'easy' zijn die stukken nu ook weer niet.

Opener 'Be Wafted' begint weliswaar rustig, met stemmig verkennende blaaspartijen van Ljungkvist en Broo, maar slaat na ruim twee minuten langzaam, maar gestaag om in het tegendeel. Op een stampend ritme is het Broo die als eerste voor vuurwerk zorgt in een flitsende solo. Ljungkvist haast zich - of hij er niet voor onder wil doen - om het stokje over te nemen, waarna het geheel eindigt met het melodisch patroon. Be wafted! (wat dat ook moge betekenen).

Onverwacht gezellig gaat het eraan toe in 'Fölt Strid'. En dat verbaast, want de titel betekent 'felle strijd'. Ljungkvist klinkt weliswaar redelijk getergd, maar een strijd, nee. Of het zou natuurlijk de strijd met zichzelf moeten zijn. In 'Five Easy Pieces', wat gewoon klinkt als één stuk, horen we Wiik stemmige noten in het rond strooien, ondersteund door de overige musici die het geheel verder inkleuren. Het toont die andere kant van Atomic, die zwaar leunt op de hedendaags gecomponeerde muziek. Bijzonder is ook 'Ten Years', eveneens van Wiik, met dat wat vreemde, schokkerige ritme, die hevig swingende solo van Ljungkvist en die vrolijk springende solo van Broo. Maar nergens klinkt deze laatste zo mooi als in 'Sinusoidal Arches'. Vurig en ingetogen tegelijk vreet hij zich hier een weg door de noten. 'Stuck In Stockholm' dan tot slot. Het nummer horende, kunnen je ergere dingen overkomen. Hier trapt het kwintet hem nog één keer op zijn staart en sleept ons mee naar een heuse climax.

Het aparte van de twee live-cd's, twee sets van een optreden op 4 februari 2016 in de Pit-Inn in Tokyo, is dat er in de prachtige uitklapbare cd-verpakking totaal niets over is terug te vinden. De titels van de gespeelde nummers staan louter afgedrukt op de schijfjes! Bijzonder lastig als het ding in de speler zit. Met de muziek is verder niets mis. Het kwintet speelde die avond een aantal stukken van 'Lucidity' en een aantal stukken van het hierboven besproken 'Six Easy Pieces'. De geluidskwaliteit is iets minder dan het studioalbum, maar dat is dan ook de enige kritische kanttekening die gemaakt kan worden. Verder vormt dit een prachtige bonus bij een meer dan interessant album.

Klik hier om twee tracks van dit album te beluisteren: 'Be Wafted' en 'Five Easy Pieces'.

Labels:

(Ben Taffijn, 18.11.17) - [print] - [naar boven]



Concert
Van luchtig plezier naar subtiele contrastwerking

Uri Caine, vrijdag 3 november 2017, De Singer, Rijkevorsel

De gastvrijheid in De Singer en de omgeving van de Noorderkempen verraste en verblijdde al eerder Amerikaanse jazzmuzikanten. Het lijkt voor een aantal artiesten zo'n beetje aan te komen als een onvermoed sprookje – een tegenhanger voor wat Disneyland is voor de massa's. Daar krijgen zij dan ook nog een aandachtig publiek bij, vaak zo luisterbereid dat in een stille passage iedereen het kan horen als iemand een koffielepel op een schoteltje neerlegt. Ook Uri Caine voelde zich blijkbaar heel welkom, hij kwam ontspannen op en startte energiek. De pianist zou het publiek, dat pas met luid applaus uitpakte als hij een pauze liet vallen, belonen met een concert van bijna twee uur.

Uri Caine heeft zeker niet minder met klassieke muziek van doen dan met jazz. Hij nam bijvoorbeeld muziek van Händel en Bach onder handen en componeerde zelf voor menig (kamer)orkest. In de wereld van de jazz is hij bekend van samenwerkingen met onder anderen Dave Douglas, John Zorn, Han Bennink en uiteenlopende eigen trio's. In De Singer bracht hij een jazzconcert, maar hij diepte wel meer op uit zijn enorme bagage. Zijn manier van een soloconcert bij elkaar improviseren was er een van vrij associëren en dat bracht hem eerst en vooral langs verschillende thema's uit de jazzgeschiedenis. Daar ging hij na een tijdje uitstapjes aan vastknopen richting klassieke- en filmmuziek. Meermaals klonk een thema vertrouwd of bekend, maar bracht Caine het op zo'n originele manier dat het benoemen er niet in zat.

In een lang eerste stuk passeerden verschillende oude nummers de revue. Was dat niet 'Honeysuckle Rose' waarmee de pianist ons eerst in een sfeer van variété meenam, om dan het ene thema na het andere aan elkaar te rijgen? In een keur van melodieën ging het dan van luchtig plezier naar subtiele contrastwerking. In zijn virtuositeit wist hij stokoude muziek als van de pianorol met een bijzonder oog voor logica over te laten gaan in heel andere sferen, tot sprookjesachtige toe. In deze vrije lezing van de geschiedenis van de jazz kwam ergens ook de mijlpaal 'Round Midnight' van Thelonious Monk aan bod. Uri Caine drukte vlotjes zijn eigen stempel op de compositie.

Na een eerste lange aaneenschakeling had de pianist er nood aan om even zijn ongenoegen te ventileren over president Trump. Weinig later trakteerde hij ons op grappige tunes, die misschien wel verwezen naar Laurel & Hardy om vandaar te evolueren naar muziek van Amerikaanse grandeur, die hij dan weer liet ontsporen. In een liefdevol aanhalen van liedjes uit The American Songbook danste de improvisatie ook met 'Cheek To Ceek'.

Toen hij er ongeveer de voorziene speeltijd had opzitten en het publiek zijn enthousiasme in luid applaus uitte, had de pianist er blijkbaar zelf zo veel plezier in dat hij opnieuw ging zitten en verder speelde. De blues waren toen eerst even aan de beurt, voordat hij weer meesterlijk verder improviseerde en zijn klasse nog wat langer etaleerde.

Concertfoto: Cedric Craps

Deze recensie verschijnt ook op Jazz'Halo.

Labels:

(Danny De Bock, 16.11.17) - [print] - [naar boven]



Jazzradio
Jazz Rules #137


Alweer drie nieuwe Belgische releases in deze uitzending! 'Evergreen' is het gloednieuwe album van Veder, de band van euphoniumspeler Niels Van Heertum, samen met Ruben Machtelinckx op banjo en gitaar, Joachim Badenhorst op rieten en de Noorse trompettist Eivind Lonning. 'Nostalgia' is een productie in eigen beheer van Trio In Bocca Al Lupo. Dat zijn trompettist Carlo Nardozza, pianist Alano Gruarin en gitarist Tim Finoulst. De drie Limburgers doken in het Italiaanse repertoire voor dit album.

Kris Auman komt in de studio de nieuwe ep van haar duo Ladakh voorstellen. Ayman speelt contrabas in duo met Nele De Gussem op gitaar. Twee getalenteerde jongedames uit het Gentse. Uiteraard breng Auman, ook bekend van Alfredo, enkele van haar favoriete jazzplaten mee.

Verder is er aandacht voor het Brand! Festival in Mechelen.

Klik hier om Jazz Rules #137 te beluisteren.

(Maarten van de Ven, 15.11.17) - [print] - [naar boven]



Concert
John Zorn eindelijk weer eens in Nederland

November Music, zaterdag 4 november 2017, diverse locaties,
's-Hertogenbosch


John Zorn, een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de New Yorkse avant-garde was weer eens in Nederland. Dat was alweer even geleden. In 2009 trad hij nog met een uitgebreid programma op tijdens het North Sea Jazz Festival, maar nadien was het hier stil - of hebben wij iets gemist? Het meest dichtbij kwam hij nog in 2012, toen hij onverwachts de toen zieke Ornette Coleman verving op Jazz Middelheim, en in 2013, toen hij met zijn karavaan aan musici de festivals van Moers en Gent aandeed ter gelegenheid van zijn zestigste verjaardag. Maar nu dus weer eens in Nederland. En dan niet met één concert, daar begint de meester niet meer aan, maar met een marathon van 's morgens tien uur tot middernacht! Aan energie heeft deze man namelijk geen gebrek.

Wie Zorn een beetje volgt, weet waar we het over hebben. Zijn discografie is inmiddels gigantisch, niet alleen kwantitatief maar ook kwalitatief. Wat daarbij het meest opvalt is de grote diversiteit aan projecten die Zorn sinds zijn eerste album in 1978 tentoonspreidt. Hij speelt vrije improvisatie op zijn altsax, schrijft filmmuziek, componeert serieuze hedendaagse muziek, maakt met Naked City en Painkiller de meest intense aan metal verwante muziek, creëert voor de Dreamers een variant op de surfmuziek, voor zijn Masada-projecten een variant op de klezmer en zo kunnen we nog wel even doorgaan. We kunnen beter melden wat deze man nog niet heeft gedaan (een opera kan ik nog niet vinden).

Zo'n hele dag John Zorn is dan ook niet eens een dwarsdoorsnede van zijn oeuvre. Al was het maar omdat hij niet op ieder moment met ieder project even actief is. Van Naked City horen we al jaren niets meer en Masada trad ook al enige tijd niet meer op. Hier in 's-Hertogenbosch horen we Zorn dan ook vooral in zijn rol als componist. Een bijzonder hoogtepunt daarin is de uitvoering van boek 1 en 2 van 'Madrigals', dat in 2016 ook op album werd uitgebracht. De zes zangeressen - Jane Sheldon, Kirsten Sollek, Elizabeth Bates, Mellissa Hughes, Rachel Calloway en Sarah Brailey - brengen de stukken met overgave. Aan alles is te horen dat ze dit niet voor het eerst zingen. In deze stukken is goed te horen dat het Zorn primair gaat om de structuur van de klank en dan pas om de woorden. De stemmen zijn hier de instrumenten en het is prachtig te horen hoe de componist hier de patronen stapelt om te komen tot verdichte harmonieën. De akoestiek van de Grote Kerk komt hem hierbij overigens uitstekend te hulp. Bijzonder is ook de uitvoering door het Asko|Schönberg Ensemble van een zestal stukken kamermuziek. Ze spelen het klassiek aandoende pianotrio 'The Aristos', te vinden op Zorns album 'Hen To Pan' en het prachtige 'Orphee', waarin Zorn met behulp van harp, klavecimbel, fluit en elektronica - een gastrol van Ikue Mori - de sfeer van dit verhaal prima weet op te roepen. Bijzonder is ook 'A Rebours', met name vanwege de solorol van cellist Jay Campbell, die de meest onstuimige klanken aan zijn instrument weet te ontlokken.

Maar Zorn zou Zorn niet zijn als er niet ook geheel andere muziek zou klinken. Zijn 'Simulacrum'-project bijvoorbeeld, waarvan sinds 2015 reeds zes albums verschenen, de laatste onlangs onder de titel 'The Garden Of Earthly Delights'. Zorn zelf zegt op de site van zijn label Tzadik Records over dit album: "Inspired by his surreal visions of Heaven and Hell, 'The Garden of Earthly Delights' blends heavy metal, blues, funk, jazz and modern classical music together into one of the strangest amalgams you've ever heard. Tighter than ever and joined by bassist Trevor Dunn, Medeski, Hollenberg and Grohowski are at their manic best in this jaw-dropping visit to a wild musical world where absolutely anything is possible!" In Den Bosch ontbreekt weliswaar Trevor Dunn, het bovengenoemd trio weet zeker te inspireren. Bij tijd en wijlen snoeihard en even duister als de zwarte t-shirts van de heren stuwen ze de klanken voort. Met als hart Medeski's grillige, maar o zo swingende orgelspel en Hollenbergs splijtende riffs. Naked City, Painkiller en de Japanse grunge waar Zorn door geïnspireerd is, komen hier weet tot leven.

Tot slot horen we John Zorn op deze dag zelf. Allereerst in een prachtige nieuwe passage van zijn in 2012 gestarte serie 'The Hermetic Organ', waarvan reeds vier albums verschenen. De imposante Sint Jan zit dan ook afgeladen vol tijdens deze vrij toegankelijke recital. Zorn definieert hier het orgel op een totaal andere wijze dan we vaak gewend zijn bij orgelmuziek. Hij maakt opvallend veel gebruik van de stilte en het hoogste register van het orgel. Messcherpe hoge klanken vullen de ruimte. De overeenkomst met de 'Madrigalen' is groot. Er zijn opnamen gemaakt, dus als de cd-serie eerdaags met het concert in de Sint Jan wordt aangevuld, hoeft dat niet te verbazen.

Een tweede optreden verzorgt Zorn helemaal aan het eind van de dag, als onderdeel van een programma met filmmuziek. Hier in de rol die tegenwoordig in al die projecten nogal eens ondergesneeuwd raakt: gewoon op altsax, in een verpletterd trio met Trevor Dunn op contrabas en Kenny Wollesen op drums. Met volle energie wordt hier even alles gegeven. We zijn niet anders gewend van deze mannen!

Foto's: Cees van de Ven & Beowulf Sheehan

Labels: ,

(Ben Taffijn, 13.11.17) - [print] - [naar boven]



Concert
Neset kraait victorie!

Marius Neset Quintet, vrijdag 3 november 2017, Paradox, Tilburg

Als een warm welkom kondigen de kristalheldere, suggestieve carillons het openingsstuk 'Satellite' aan. Het publiek is stante pede muisstil, verwachtingsvol en kan op dat moment nog niet vermoeden dat het, na de laatste gespeelde noten, in extase zal achterblijven. De livepresentatie van het nieuwe album 'Circle Of Chimes' is ontegenzeggelijk van een grensverleggende schoonheid.

Saxofonist Marius Neset heeft op het album een 78 minuten durende suite gecreëerd, in een donkere, markante en uiterst weemoedige sfeer. De grenzen tussen jazz, improvisatie en klassieke muziek worden opgerekt. Naast zijn vaste kwintet zijn Lionel Loueke (gitaar en zang), Andreas Brantelid (cello) en Ingrid Neset (fluit, piccolo en altfluit) op het album toegevoegd. Zij zijn niet aanwezig in Paradox, maar het optreden lijdt daar niet onder.

De ruimtes voor de musici om te improviseren worden, zonder enige uitzondering, volop benut om het muzikale optimum te bereiken. De compositorische verfijning die Neset heeft aangebracht in 'Satellite' staat niet op zichzelf. Het is meer een toonbeeld van de ingenieuze wijze waarop alle stukken van de avond zich gaan ontvouwen. 'Satellite' is een uitgebreide muzikale vertelling, met uitzinnige plotwendingen, sfeermutaties, tempofluctuaties en machtige solo's, dat niet in één concertsessie te doorgronden is. Opnieuw luisteren is dan ook een absolute noodzaak.

In het tweede stuk zet de vitaliteit zich onverminderd voort. Waarbij de solo op de tenorsaxofoon overkomsten vertoont met een op drift geraakte stoomcarrousel. In 'The Silent Room' wordt aanvankelijk gas teruggenomen. Het klokkenspel doemt weer op. Deze keer als omlijsting van het eenzaam klinkende, ingehouden saxofoonspel. Het intermezzo van Ivo Neame op de piano vormt de inleiding voor een schijngevecht tussen alle improvisatoren. Onder furieuze aanvoering van drummer Anton Eger wijzigt het ritme abrupt en de muziek explodeert. De solo van Neset reikt verder dan de fantasie aankan. De saxofonist wekt de indruk dat er meerdere saxofonisten aan het werk zijn. Episch, virtuoos, creatief en met een unieke uitbundigheid.

Ook na de gedwongen pauze domineert de veelzijdigheid. Te beginnen met de staccato hiphopklanken en de vertraagde, ritmische herhalingen die voor een hypnotiserende werking zorgen. De tenorsax lijkt elektronisch geladen en wordt rijkelijk voorzien van dissonante vibrafoonklanken. Het ritmisch en fluctuerend krachtenspel tussen percussie, bas, piano, vibrafoon en saxofoon is duizelingwekkend in zijn schoonheid. De luisteraar wordt betoverd door de veelkleurige, magisch-deinende saxofoonsolo. Nesets compositorische vaardigheden staan als een huis, maar komen tot volle wasdom in het, door de klassiek muziek geïnspireerde, 'Prague’s Ballet'. Delicaat en met lichte melancholie gebracht door piano, vibrafoon en sopraansax.

In de toegift bezet Neset op indrukwekkende wijze minutenlang alleen het intieme podium. Uiteindelijk vieren ook de overige leden nog eenmaal en vol overgave de overwinning van de schoonheid. Kortom, een optreden dat bol staat van de originele ideeën en vol verve wordt volbracht.

Klik hier voor foto's van dit concert door Louis Obbens.

Labels:

(Louis Obbens, 13.11.17) - [print] - [naar boven]



Cd's
Martine Verhoeven & Dirk Serries - 'Innocent As Virgin Wood' (New Waves Of Jazz, 2017)

Opname: 9 april 2017
Quartet & Quintet - 'Double Vortex' (New Waves Of Jazz, 2017)
Opname: 8 februari 2017
Kodian Trio - 'II' (TROST, 2017)
Opname: eind 2016

Gitarist Dirk Serries is het type musicus dat zichzelf iedere keer weer opnieuw uitvindt. Ooit was hij geliefd in de hoek van de ambient onder zijn alias Vidna Obmana. Zo geliefd dat hij er nog jaren mee door had kunnen gaan. Maar hij wierp zijn alias af, ging verder onder zijn eigen naam en verwierf bekendheid met een heftigere en duistere vorm van dronemuziek, onder andere met zijn trio Yodok III. Serries heeft echter meer in zijn mars, getuige ook het net verschenen album dat hij met Martina Verhoeven opnam, 'Innocent As Virgin Wood', en dat in niets lijkt op wat we tot nu toe van hem hoorden. Verhoeven op piano en Serries op akoestische gitaar en zonder elektronica in een uit vijf delen bestaande suite. Wat hier vooral opvalt is het uitgebeende, bijna schrale karakter van de muziek, die ongeveer evenveel stilte als noten bevat. Hier geen ritme, geen melodie, louter een aaneenschakeling van op zichzelf staande klanken, teruggebracht tot de naakte essentie. Vertolkt door twee musici die elkaar in opperste concentratie aftasten.

De eerste maten van 'Double Vortex' maken al duidelijk dat we hier met een totaal ander album van doen hebben. Van een kwartet met saxofonisten John Dikeman en Colin Webster verwachten we overigens niet anders. Beiden staan bekend als blazers die alles uit hun instrument halen wat erin zit en niet vies zijn van een portie fikse dramatiek. Het betreft hier opnames in de Londense Vortex, uitgebracht als 'Session One', bovengenoemde musici aangevuld met drummer Andrew Lisle en 'Session Two' waarop het kwartet is uitgebreid met een derde saxofonist: Alan Wilkinson. In beide sessies verrast het kwartet/kwintet ons op een rijke klankwereld. Soms vrij ingetogen, tegendraads schurend – een prachtig voorbeeld hiervan zit vrijwel aan het einde van de eerste sessie - maar vaker onstuimig knallend en verontrustend scherp. Maar altijd overtuigend en meeslepend. Aan alles hoor je: hier wordt gemusiceerd met hart en ziel, hier wordt de kern geraakt.

Met Webster en Lisle vormt Serries ook het Kodian Trio. In 2016 zag het eerste album van dit trio het licht en eind oktober komt het tweede uit, als lp bij het vermaarde Oostenrijkse label TROST. Simpelweg 'II' geheten. Op dit album valt met name het enerverende, getormenteerde spel op van Webster, terwijl Serries en Lisle het vuur op de achtergrond iedere keer weer flink opstoken. Een mooi rustpunt in al het geweld is het eerste deel van het derde titelloze stuk op de A-kant van de plaat. Lisle legt hier een prachtig subtiel ritmisch patroon, waar Webster zeer ingetogen, bijna gevoelig op aansluit. Het tekent dit trio dat het hier niet bij blijft, dat de spanning gaandeweg weer stijgt en dat Serries met zijn elektrische gitaar uiteindelijk aan het subtiele spel een einde maakt. Het stuk eindigt met wellicht wel Websters beste solo. Amechtig piepend, krassend en pruttelend begeeft hij zich naar het einde. De B-kant van het album kent meer rustige momenten. Het bijna zoekende spel van het trio in het tweede stuk mag bijzonder genoemd worden, klinkend als een ingetogen dialoog, maar vooral de solo van Webster in het derde stuk. Als een soort spiegelbeeld van de eerdergenoemde solo. Hier hanteert hij de circular breathing-techniek op uiterst subtiele wijze, zeer bescheiden ondersteund door Lisle op bekkens. De saxofonist voegt daar een verbazingwekkende serie vreemde geluiden aan toe. Als Serries zich erbij voegt, is dat eveneens fluisterzacht. Eindigen doen we in stijl, met een intiem, door Webster geblazen melodietje.

Maar hoe mooi ook die cd's en 'lp's, een man als Dirk Serries moet je live beleven. Dat kan gelukkig regelmatig. Bijzonder in dat verband gaat ongetwijfeld zijn residentie met zijn project Tonus bij Jazzcase in Dommelhof, Neerpelt worden. Bekroond met een concert op 16 november. Naast Serries zelf vinden we daarin Verhoeven en Webster, Jan Daelman op fluit, Nils Vermeulen op contrabas en George Hadow op drums.

Labels:

(Ben Taffijn, 12.11.17) - [print] - [naar boven]



Concert / Festival
Kwartet explodeert en blijft heel

JACK Quartet, zondag 5 november, Soundsofmusic, Grand Theatre, Groningen

Dit is trapezewerk op het hoogste niveau. Het New Yorkse JACK String Quartet tackelt de meest complexe partituren. Niet alleen met superieur gemak, het weet ook een eenheid, een Gestalt te blijven wanneer de muziek explodeert en de afzonderlijke stemmen door de ruimte spiralen en zigzaggen.

Het Groninger Soundsofmusic, het jaarlijkse festival voor Nieuwsgierige Oren, had in het verleden een hoger impro-gehalte. Juist op het snijvlak van hedendaagse kamermuziek en improvisatie zijn mooie zaken aan de orde. In de editie van dit jaar was een centrale rol toebedeeld aan de Amerikaanse componiste Julia Wolfe, oud-studente van Louis Andriessen en petemoei van Bang On A Can. Van haar hand werd in grote bezetting 'Anthracite Fields' uitgevoerd en, door het strijkkwartet, 'Early That Summer'.

Het vierspan had ook John Zorns 'Necronomicon' en 'The Unseen' op de lessenaars staan – aha, de connectie met de impro. Maar improviseren was er niet bij en ook verder hoorde ik geen connecties met jazz of klezmer. 'Necronomicon' is geïnspireerd door de gothic horror van H.P. Lovecraft, het gestoorde zoontje van Edgar Allan Poe. In het eerste deel kon je met niet eens bijzonder veel fantasie enge contrapties herkennen, met intimiderende messcherpe uitsteeksels. En in het daaropvolgende legato stapte je bij het schijnsel van een half achter een wolk schuilgaande maan op een gore glibberige substantie, waarvan je niet wist of het nou glanzende, soppende ingewanden waren of iets nog veel vreselijkers. Maar als de componist had verklaard dat het stuk de dans chscûskcic als basis had, die oudere Karpatische boeren in de donkere dagen voor kerst in duffelse jassen met slepende tred dansen, had ik dat er ook in gehoord. Er was kortom veel te genieten.

'Mouthpiece XII' van Erin Lee had een speels karakter, met noten die schijnbaar lukraak de zaal insprongen. Het fluiten van de muzikanten dat daarmee gepaard ging was een amusante toevoeging. Gloria Coates' 'String Quartet No. 8' bevatte passages die zó zacht waren, dat de geluidsgolfjes moesten wedijveren met de moleculen die je trommelvliezen aantikten. De contrasten tussen het pastorale en de extase waren hier extreem.

Wanneer 'Early That Summer' inderdaad het laatste stuk was van de middag (een bron claimde dat John Zorns 'The Unseen' ermee was verwisseld), konden we vaststellen dat Wolfe country fiddles tot waanzin kan drijven. Maar zij laat haar individuele violienen ook uiterst subtiel als een Grieks rei-koor uit het totaalgeluid opstijgen. En met name haar pianissimo passages zijn trance-verwekkend.

Het voorprogramma, Michael Gordons 'Weather', werd uitgevoerd oor het lokale Haydn Jeugd Strijkorkest. Dat moest opboksen tegen een niet aflatende sirene van een luchtalarm. Aarzelend kropen de violen het gierende apparaat binnen, waarbij schitterende dissonanten opbloeiden. De contrabassen en de celli volgden de violen op gepaste afstand, maar zorgden er wel voor dat het orkest de machine uiteindelijk kon muilkorven.

Klik hier voor foto's van dit concert door Willem Schwertmann.

Labels: , ,

(Eddy Determeyer, 11.11.17) - [print] - [naar boven]





Jazztube
Live in concert: 'A Love Supreme'


In deze Jazztube bijzondere filmbeelden van de enige keer dat saxofonist John Coltrane de suite 'A Love Supreme', zijn tot een klassieke status uitgegroeide album, live uitvoerde. Jean-Christophe Averty maakte opnamen tijdens het internationale jazzfestival in Antibes Juan-les-Pins op 26 juli 1965. Slechts 12 minuten zijn daarvan bewaard gebleven.

We zien en horen naast Coltrane McCoy Tyner op piano, Jimmy Garrison op bas en Elvin Jones op drums. Ze spelen de eerste twee delen uit de suite: 'Acknowledgement' en 'Resolution', met een geweldige solo van het enige nog levende bandlid van dit klassieke kwartet, McCoy Tyner.

Labels:

(Maarten van de Ven, 10.11.17) - [print] - [naar boven]



Concert / Film
Ogen en oren aangezogen

STUFF. Plays Howard Shore, 31 oktober 2017, De Studio, Antwerpen

Als een van de meest succesvolle, jonge Belgische bands wat doet rond filmmuziek, dan kan je er op rekenen dat dat volk trekt. Ideaal voor een speciale avond in De Vooruit met het Film Fest Gent, dat traditioneel speciale aandacht geeft aan filmmuziek, ideaal voor de feestelijke heropening van het vernieuwde, Antwerpse centrum De Studio. Wat STUFF. presteert met composities van Howard Shore is zelfs ideaal om als hommage later hernomen te worden in binnen- en buitenland.

Met soundtracks van Howard Shore als basis creëerde STUFF. een uniek programma rond filmmuziek bij films die hen zelf fascineren, met name van David Cronenberg. Van deze Canadese regisseur moe(s)t je zeker niet alle films gezien te hebben om onder de indruk te raken van deze show. De groep speelde in de setting van bijna een halfrond met vier hoge, smalle beeldschermen waarover het beeldmateriaal verdeeld werd. Kwamen de projecties aan als staaltjes van videokunst, de livebegeleiding versterkte het effect van de getoonde scènes - en omgekeerd. De bewerkingen door STUFF. van thema's van Shore bij vroege horrorfilms en latere thrillers van Cronenberg zetten de dramatiek, de horror, de stiltes voor de storm aldoor kracht bij.

De jongens speelden bij de thema's en fragmenten in strakke arrangementen, met hun kenmerkende injecties van invloeden uit jazz, funk en elektronische genres. Met het personage van wetenschapper Set Brundle was 'The Fly' de eerste film om stukjes uit te tonen en spanning op te bouwen. Om de spanningsboog uit te diepen en met veel kleuren en vormen te tooien, passeerden ook scènes uit 'Videodrome', 'Scanners', 'A Dangerous Method', 'Eastern Promises', 'Crash' en 'eXistenZ'.

In de lijn van de films kaartte de voorstelling de thematiek aan van de invloed van vooruitgang en techniek op het menselijk lichaam en diens psyche. Met expliciete horror uit 'Videodrome' uit het VHS-videotijdperk, waarin Deborah Harry, de zangeres van Blondie, een lijdende SM-rol speelde en de buik van het hoofdpersonage zich als een vagina opende voor een videocassette. Met de kil erotische spanning en de duistere ontladingen bij de botsende auto's van Crash. Met het oraal bevochtigen van de jack en het inpluggen in de ruggengraat om videospelletjes te spelen in 'eXistenZ'. Tussendoor afgewisseld met rustige beelden, zoals een bootje op een meer – met onderhuidse spanning bij Freud en Jung in 'A Dangerous Method'.

Dat de originele soundtracks van Shore geschreven waren voor een andere instrumentatie dan die van STUFF. - sommige voor symfonisch orkest - was bepaald geen handicap. De perfect getimede ideeën op bas, drums, toetsen, blaasinstrumenten en in scratches en samples leverden een meeslepende transformatie op van de filmmuziek. De fusie van de originele composities met de input van STUFF. plus de montage van filmfragmenten en verknipte scènes, met of zonder woorden uitgesproken door de karakters in de film, resulteerde in een fantastische audiovisuele stroom. Die behoefde geen duidelijke verhaallijn; de flux was zo fascinerend en kreeg zo'n sterke muzikale begeleiding dat ogen en oren aangezogen beleven. Je kon je daarbij soms in de opwinding van het nachtleven en de lounge sfeer van een nachtclub wanen – het soort ruimte waarin STUFF. als groep zelf ontstond.

Foto's: Cees van de Ven

Labels: ,

(Danny De Bock, 9.11.17) - [print] - [naar boven]



In memoriam
Muhal Richard Abrams


Op 29 oktober is in Manhattan, New York pianist Muhal Richard Abrams overleden. Hij werd 87 jaar oud.

Na zijn studie aan het Chicago Musical College startte in 1948 zijn professionele carrière in de moderne jazzmuziek. Hij speelde alras met de toenmalige hardbop-musici als Gene Ammons, Eddie Lockjaw Davis, Johnny Griffin, Clark Terry, Max Roach, Dexter Gordon en Kenny Dorham. Hij zat een korte periode in het orkest van Woody Herman en begeleidde de vocal group Lambert, Hendricks & Ross.

In het begin van de zestiger jaren besluit hij de mainstream jazz achter zich te laten en richtte hij zich op de progressieve en min of meer 'free' stroming in de jazz. Hij formeerde The Experimental Band, hetgeen enkele jaren later resulteerde in de oprichting van de AACM, Association for the Advancement of Creative Musicians. De focus van de AACM was in het bijzonder gericht op de presentatie van eigentijdse originele muziek, het formeren van diverse formaties en het coachen van talentvolle jonge musici. Veel AACM-leden waren zeer belangrijke en invloedrijke musici in de avant-garde jazzscene van de jaren zestig, zoals Anthony Braxton, Jack DeJohnette, Chico Freeman en het Art Ensemble Of Chicago. Op de labels Delmark, Black Saint, Soul Note en India Navigation was de muziek te horen.

In 1967 verschijnt Abrams' eerste plaatopname onder eigen naam op het Delmark-label. De titel is 'Levels And Degrees On Light' en onder meer de saxofonisten Anthony Braxton en Maurice McIntyre nemen er aan deel. In die periode blijft Abrams toch ook nog spelen met bop-georiënteerde musici als Eddie Harris en Dexter Gordon.

In de zeventiger jaren vestigt hij zich in New York, waar hij prominent aanwezig is in de 'loft jazz'-scene. Hij schrijft zelfs een klassiek strijkkwartet, String Quartet No. 2, dat is uitgevoerd door het Kronos Quartet. Nadien neemt hij veel platen op. Vooral op het label Black Saint. Hij toert dan met en in diverse formaties door de VS, Canada en Europa. In 1990 wint hij de Deense Jazzpar Prize. In 1997 ontvangt hij de Foundation for Contemporary Arts Grants to Artists Award en in 2010 de Lifetime Achievement Award.

Ook als sideman is Abrams op een grote hoeveelheid plaatopnamen te beluisteren, onder meer bij Anthony Braxton, Eddie Harris, Creative Construction Company, Art Ensemble Of Chicago, Chico Freeman, Woody Shaw en Roscoe Mitchell. Hoewel Abrams tot de avant-garde musici behoorde, schroomde hij niet in de vrije improvisaties boogiewoogie, bebop en hardbop-elementen aan zijn spel toe te voegen.

Foto: Cees van de Ven

Labels:

(Jacques Los, 9.11.17) - [print] - [naar boven]



Cd / Jazztube
Kris Defoort - 'Diving Poet Society' (W.E.R.F., 2017)

Opname: 6-7 oktober 2016

Jazz is natuurlijk niet enkel een verhaal van virtuoze snoeshanen die als ongeleide projectielen tekeergaan, maar ook van stabiele allianties die vroeg gesmeed worden en soms verrassend lang standhouden. Een goed voorbeeld is dat van het Brugse W.E.R.F.-label en lokale pianist Kris Defoort. Die laatste tekende niet enkel voor het eerste album van het label en een paar jubileumreleases, maar staat nog altijd garant voor ambitieuze en inventieve muziek die het experiment niet schuwt. Diving Poet Society is een erg geslaagde toevoeging aan een rijk oeuvre.

Voor dit nieuwe project doet Defoort beroep op zijn Trio-kompanen Nicolas Thys (elektrische bas) en Lander Gyselinck (drums), maar inviteerde hij twee extra gasten: altsaxofonist Guillaume Orti (Mâäk) en zangeres Veronika Harcsa. De muziek werd deels geïnspireerd door poëzie van Peter Verhelst, en er worden ook teksten van hem voorgedragen. Op zich geen verrassing, want Defoort zoekt het vaak tot ver buiten de grenzen van de jazz (opera, muziektheater, etc.) en was in het verleden ook al in de weer met tekstmateriaal van Arnon Grunberg en Roddy Doyle.

De grote troef van dit project lijkt vooral dat Defoort werkte met open vizier en zijn vier gasten ook zichzelf liet zijn, waardoor het haast onbegonnen werk is om een label te kleven op het album. Dat voelt wel aan als een zevendelige suite, maar laveert via suggestieve, uitgebeende passages, lome grooves en theatrale energie, en houdt schijnbaar contrasterende adjectieven in balans. Diving Poet Society is afwisselend raadselachtig, funky, ijselijk, broeierig, experimenteel én uitgepuurd. Het is een album dat van zijn bonte variatie een troef gemaakt heeft, iets dat nog eens in de verf gezet wordt door het feit dat elke muzikant ook een kleur toegekend krijgt.

Vanaf 'The Pine Tree And The Marching' wordt ook duidelijk dat Harcsa geen conventionele jazzzangeres is. Ze draagt de onheilspellende tekst (met een hint naar de ecologische uitputting) voor met een opmerkelijke intensiteit, meerdere accenten en temperamenten. Ook daarna varieert ze van kinderlijke onschuld naar ijzingwekkende spanning. Vooral het samenspel met Orti klinkt hier haast als een intense Q&A, met Defoort die een repetitieve spanning creëert en de ritmesectie die in de weer is met vrije kleuring én zorgvuldige plaatsing van explosies. 'Liquid Mirrors' vloeit eruit voort, maar klinkt helemaal anders, met een minimale groove en opnieuw een markant evenwicht van onschuld en perversie in de vocalen, en een kwikzilveren sax die het terrein tussen Steve Coleman en Steve Lehman verkent. Een uitgebeende koortsdroom.

Vervolgens wordt het album zo'n beetje heen en weer geslingerd tussen de polen van bijna tussen de vingers glippende fragiliteit die wordt opgebouwd met piano, stem, intimiteit en stilte ('The Pine Tree And The Fire'), en slow motion funk met knisperende snaredrum, gezapig kronkelende bas, slingerende saxslierten en woordeloze zangsculpturen ('Diving Poets', opgedragen aan Pierre Van Dormael). En als 'Diepblauwe Sehnsucht' het moment is waarop Defoort even zijn voorliefde voor klassiek en avant-garde uit de doeken doet, dan vindt 'New Sound Plaza' een evenwicht door de iele, mysterieuze kant van het verhaal te laten omslaan in een rollend en botsend verhaal vol hoekige wendingen, excentrieke wartaal en een imposante hechtheid in het samenspel.

Uiteindelijk is het laatste woord aan de nachtelijke lyriek van 'Heavenly Billie', een ode aan Billie Holiday, die geschilderd wordt met dunne penselen. Het is een verrassend lieflijk slot voor een album dat laat horen dat jazz niet enkel een genre of attitude is, maar ook een inspiratiebron, of een springplank om de speelzone gevoelig uit te breiden. Meer nog dan een verkenning van akkoorden of harmonieën, is dit dan ook een ode aan de creatieve verbeelding, met het album als muzikaal kleurboek, vol rijke schakeringen en wisselende sferen.

In de Jazztube hierboven zie je Kris Defoort's Dead Poet Society in de studio tijdens de opname van dit album.

Deze recensie verscheen ook op Enola.be

Labels: ,

(Guy Peters, 8.11.17) - [print] - [naar boven]



Festival
Festival Jazz International Rotterdam

vrijdag 27 oktober 2017, LantarenVenster, Rotterdam

Onder de titel 'The Nordic' legde de laatste editie van het Festival Jazz International Rotterdam de nadruk op Scandinavische jazz. Daarnaast waren er echter ook andere acts, waaronder op vrijdag twee van eigen bodem, te horen. Helaas waren wij alleen op de vrijdag present en kunnen we ook louter op deze dag terugblikken.

Een kenmerkend onderdeel van Koeniverse3, het vehicle van Koen Schalkwijk, is de Wurlitzer-piano van deze laatstgenoemde. Het instrument, dat door de Rudolph Wurlitzer Company werd gebouwd tussen 1955 en 1982, vormt de ruggengraat van het geluid van dit trio, hier aangevuld met Joris Roelofs op basklarinet. Het direct herkenbare geluid van de Wurlitzer met die lichte echo geeft de muziek iets surrealistisch en kleurt mooi bij Roelofs' basklarinet. Op sommige momenten, als Schalkwijk echt loos gaat, heeft het geluid van die Wurlitzer overigens ook wel wat weg van een elektrische gitaar. Het kwartet grossiert verder in pakkende melodieën, lyrische lijnen en lekkere grooves. Een prima start dus van dit festival.

Ellen Andrea Wang begint zo onderhand een gevestigde naam te worden in het Noorse. Ze zit in Pixel, het kwintet van trompettist Matthias Eick -
waarover straks meer - en heeft haar eigen trio. Wang is niet alleen een van de weinige vrouwelijke bassisten, maar combineert dat ook nog eens door op te treden als zangeres. In haar optredens en op haar laatste album met het trio, 'Blank Out', vermengt ze op succesvolle wijze jazz met pop en strakke composities met vrije improvisatie. Daarbij is ze een uitstekende zangeres met een mooie, warme lyrische stem. Voeg daarbij persoonlijke liedjes als 'Heaven' en 'Electric' en het feest is compleet.

Bijzonder is ook het trio Lijbaart/Stadhouders/Rambags, dat hier reeds eerder voorbijkwam met hun debuutalbum 'Under The Surface'. Bijzonder aan dit trio blijft de muzikale benadering. Zoals slagwerker Joost Lijbaart het uitdrukt zijn de stukken niet meer dan schetsen. Verkenningen die vooraf gaan aan uitgewerkte stukken. Dat onaffe is tegelijkertijd het aantrekkelijke. Bijzonder daarin is de rol van Sanne Rambags, die als ware instrumentalist met haar stem aan het groepsgeluid bijdraagt. Ze zucht, imiteert de wind, kraait, krijst en neuriet - alles met grote passie en overredingskracht. Als de oerzang die er was voordat de mens de taal kreeg om er een boodschap mee over te brengen. Het levert in combinatie met Bram Stadhouders' gitaar en Lijbaarts creatieve percussiespel menig prachtig moment op. Een hoogtepunt is 'Sbylla', een schets van Rambags waarvoor ze haar inspiratie haalde uit Noorwegen. Dat ze dat hier kan uitvoeren, op dit festival waarin Scandinavië centraal staat, raakt haar duidelijk en leidt tot een intens gevoelige uitvoering.

De hoofdact op deze vrijdag is het kwintet van trompettist Mathias Eick. Veel stukken van het album 'Midwest', dat in 2015 verscheen bij ECM, naast nieuw materiaal. Eick ontdekte tijdens een reis door de Verenigde Staten dat er meer overeenkomsten zijn tussen de Midwest en zijn eigen Noorwegen dan hij aanvankelijk dacht, al was het maar vanwege het grote aantal kolonisten dat een eeuw geleden naar de VS trok. Met 'At Sea' brengt hij een prachtige ode aan die kolonisten. Eick is - en daar getuigt ook 'Hem' van, dat een ode genoemd kan worden aan het Noorse gehucht waar hij opgroeide – een verhalenverteller. Muzikale verhalen die zich vastzetten in je hoofd, verhalen voorzien van prachtige melodieën. Met zijn kwintet weet hij daarmee de gemoederen dan ook flink in beroering te brengen. We zien alvast uit naar het nieuwe album dat voor april volgend jaar op de rol staat.

Klik hier voor foto's van dit festival door Louis Obbens.

Labels:

(Ben Taffijn, 7.11.17) - [print] - [naar boven]



Cd
Mihály Dresch Quartet with Chris Potter – 'Zea' (BMC, 2016)

Opname: 16 april 2012

Als 'Ereszkedõ' inderdaad 'Zacht Vallen' betekent, moet ik mijn valtechniek nodig uit het vet halen. De compositie, van leider en rietblazer Mihály Dresch, heeft een scalaire structuur en dat houdt in dat gastsolist Chris Potter hier voluit kan gaan. De combinatie tenorsaxofoon-tenorsaxofoon werkt hier lekker vet. Dresch is qua beweeglijkheid en chops gewaagd aan Potter, maar die laatste heeft ontegenzeglijk een voller, rijker geluid.

Potter gaat er gelijk in het openingsnummer, Ed Blackwells 'Togo', hard tegenaan. Zijn hoog op de basklarinet klinkt rond en bezield. In 'Futás Miska' ('Doe je schaatsen aan, Mick') heeft zijn staccato tenor de functie van de viool in de Hongaarse volksmuziek. Hij gaat hier ook als een onbeschaamde machodanser tekeer. Dat neemt allemaal niet weg dat de Amerikaan prima geïntegreerd is in dit combo. Er zijn momenten dat ik de blazers ervan verdenk via speciale implantaten telepathisch met elkaar in verbinding te staan. Ze zijn best ver in Boedapest, hoor.

Nochtans is het het geluid van cimbalonspeler Miklós Lukács dat dit album zijn eigen karakter geeft. Wanneer u nu visioenen heeft van Heck's in Amsterdam, waar u in 1952 als klein jongetje met uw vader een broodje kroket at en waar dat fascinerende zigeunerorkestje speelde, dan kan ik u mededelen dat de cimbalon sindsdien wel een evolutie heeft doorgemaakt. In de compositie 'Zea' lijkt het instrument een keyboard van buiten de exosfeer. 'Free', eveneens van de pen van Potter, heeft een Ornette Coleman-achtige cut-up compositie en de cimbalon voert hier inderdaad een vrije vlucht uit. Aangevuurd door de vlammende drums van István Baló bereikt Lukács een spirituele deining vanwaar het nog slechts luttele stappen is naar 'A Love Supreme'.

Klik hier om het album te beluisteren.

Labels:

(Eddy Determeyer, 6.11.17) - [print] - [naar boven]



Concert
Een Afro-Amerikaanse verademing!

Marquis Hill Blacktet, woensdag 25 oktober 2017, Paradox, Tilburg

Het is een verademing om, naast delicate geïmproviseerde muziek uit Europa, weer eens een compromisloze, energieke jonge blazer uit de Verenigde Staten te mogen horen. Marquis Hill wordt beschouwd als een natuurtalent, zeker nadat hij in 2014 de Thelonious Trumpet Competition heeft gewonnen. Zijn reputatie groeit, zeker nadat het winnen van deze prestigieuze prijs hem een contract oplevert bij Concord Records. Vorig jaar is op dit label 'The Way We Play' uitgebracht.

De toonzetting van Hill is opvallend zijdezacht en kraakhelder, met een glans van vibratie. Zijn articulatie is bij vlagen vlijmscherp. De trompettist kan niet worden betrapt op goedkoop effectbejag. Hij speelt op energieke wijze uptempo stukken in de 80 minuten durende eerste set, maar overschreeuwt zich nooit. De lyriek blijft steeds binnen handbereik. Zijn ambitie is waardig improviseren en hij gooit hier hoge ogen mee. Het Blacktet speelt, naast oorspronkelijke composities, ook op verfrissende wijze standards, gecombineerd met eigentijdse sporen van R&B en hiphop.

Marquis Hill is met zijn 31 jaar al in staat een band te leiden. De balans binnen de groep en de arrangementen getuigen zowel van visie als standvastigheid en souplesse. De keuze om een vibrafonist in de band op te nemen biedt een scala aan mogelijkheden. De tengere Joel Ross zorgt voor twinkelende, ritmische accenten en bedient fijngevoelig de mallets om tegendraadse kristallen te creëren. Het siert Hill dat het totale groepsgeluid niet ondergeschikt wordt gemaakt aan de solistische verhandelingen. De interacties tussen trompet, saxofoon, vibrafoon, contrabas en drums zijn al even natuurlijk als ingenieus. De drumexplosies van de meest spraakmakende en veelzijdige drummer uit Chicago zijn grensverleggend, compromisloos en verankerd in vele stijlen. Hij is een lust voor oog en oor. Makaya McCraven noemt zichzelf een 'beat scientist'. Zijn percussie, beats en grooves vormen het fundament, de bouwstenen en het cement van deze muzikale exercitie.

De aanhoudende baslijnen van Jeremiah Hunt zijn gedegen en saxofonist Josh Johnson gooit na een bescheiden start alle schroom van zich af. Dartelend als een jonge hinde met veel spelvreugde en gevoel voor soul baant hij zichzelf een weg tussen de virtuoze blazer Hill en drummer McCraven. In de tweede set wordt met een dezelfde intensiteit gemusiceerd. Echter het tempo van de stukken en de lengte van de set wordt verminderd.

Het Blacktet geeft als statement af dat de rol van de Afro-Amerikaanse jazz nog lang niet kan worden afgeschreven. Wie een keer Makaya McCraven in zijn rol als bandleider wil aanschouwen kan op 10 november naar Paradox!

Klik hier voor foto's van dit concert door Louis Obbens.

Labels:

(Louis Obbens, 3.11.17) - [print] - [naar boven]



Cd
Gabbro - 'Gabbro' (El Negocito, 2017)

Opname: september 2016

Gabbro is een duo bestaande uit de Vlamingen Hanne De Backer en Marc De Maeseneer. Een bijzonder duo, want beide heren bespelen een baritonsax. Dat lijkt saai, maar de zeven stukken verzameld op hun gelijknamige debuut bewijzen het tegendeel.

Het duo grossiert, tijdens een in het Antwerpse Het Bos opgenomen sessie, in prachtige sonore klanklandschappen. De Backer en De Maeseneer beheersen hun instrument tot in de puntjes en de twee zijn perfect op elkaar ingespeeld. Op menig moment heb je dan ook eerder het gevoel met een complete band te maken te hebben dan met twee baritonsaxen.

In opener 'Stema Paradisaea' wisselen ze elkaar af met lange golvende lijnen en intense, door circulaire ademhaling, vormgegeven passages. Het klinkt spannend, doordringend en ja, door de donkere toon, soms ook onheilspellend. Nog betere voorbeelden van dit laatste zijn 'For The Souls Of Naur' en 'We’ve Seen Life On Mars!?'. Beiden hebben iets huiveringwekkends en nodigen tegelijkertijd uit tot contemplatie. Bijzonder is in dit verband de foto op het cd-hoesje. Twee kleine figuurtjes in de sneeuw, duidelijk bergbeklimmers die in het niet verdwijnen tegenover de overweldigende natuur. Dat desolate, verweesde gevoel en die nietigheid weten de jongens van Gabbro prima over te brengen. Dit is muziek die je beroert, doet overpeinzen.

Op andere momenten, bijvoorbeeld in '821 DARK', 'Minor Swing' en afsluiter 'Hellh Olé' vormt een meeslepend ritmisch patroon de kern, waar in alle drie de gevallen kleurrijk op wordt gevarieerd. Hier klinken de jongens meeslepend en dwingen ze je tot luisteren. Al blijft ook hier de melancholie voelbaar, maar dat kan met dit instrument ook bijna niet anders.

Klik hier om vier tracks van dit album te beluisteren.

Labels:

(Ben Taffijn, 3.11.17) - [print] - [naar boven]



Concert
Coltrane's geest beneveld met een geut Led Zeppelin

Gratitude, zaterdag 21 oktober 2017, Lokerse Jazzklub, Lokeren

Natuurlijk is de nieuwe locatie een dikke meevaller naar bereikbaarheid, toegankelijkheid, klank en netheid toe, maar terugblikkend kun je je afvragen hoe flink de aankondiging op de website van de Lokerse Jazzklub ertoe heeft bijgedragen dat de opkomst voor dit concert zo talrijk was. In die tekst ging het over een dynamische groove, een bijzonder pittige cocktail bij dit trio dat de geest van Coltrane benevelt met een geut Led Zeppelin-invloeden. In elk geval was de bijval opmerkelijk enthousiast: iedereen luisterde en ging mee in de muziek.

Van bij openingsnummer 'Psalm' kon je niet naast de geest van John Coltrane, wiens invloed saxofonist Jeroen Van Herzeele altijd is blijven opzoeken. Zijn spel op tenorsax was meteen doordrongen van een authentieke spiritualiteit, gecombineerd met een groove die traag op gang kwam en bezwangerd was van een intense body & soul-spanning. Als visitekaartje kon het tellen, want Alfred Vilayleck gooide met zijn elektrische basgitaar een stevige dosis rock in de jazz, die lekker swingde op het drumwerk van Louis Favre, die er meermaals met een hoekige timing extra pit aan gaf. 'Psalm' blonk uit in een geweldige spanningsboog, die de drie vrienden met fysieke zowel als mentale toewijding schitterend opbouwden en ook weer neerlegden.

Hart en geest kwamen meteen daarna letterlijk ter sprake ter vertaling van de Chinese titel 'XinYi' van het tweede nummer, een nieuwe compositie van Jeroen Van Herzeele. Daarbij viel de sterke verbondenheid op tussen de stuwende ritmesectie en de vlucht die Jeroen nam op tenorsax, die helemaal into space verzeilde, als in een berglucht op hoge hoogten, met elektronische effecten en de EWI. Afrikaanse ritmes waren sterk aanwezig in 'La Danse Des Souris', dat kon herinneren aan Getatchew Mekuria & The Ex & Friends, maar dan in gecondenseerde bezetting en met een duidelijke stempel van Gratitude. Die eigenheid bleef aanwezig, terwijl variatie troef was en 'I Love You Too' - met opnieuw Jeroen op EWI - aan seventies Europese krautrock scheen te refereren. Met 'Snakes' ontwikkelde het trio een bijzonder krachtige rockdrive, die in complexe wendingen ging kronkelen als een sciencefiction-choreografie voor slangen en uitmondde in een prachtige finale.

Na de pauze zette de groep rustig en bluesy in met 'Boubou' van Vilayleck, waarna uit de vernieuwde blender van Gratitude, met de toevoeging van de EWI, cross-overs kwamen die nog meer dan in de eerste set elektronische invloeden verwerkten. 'Sur Une Autre Planète' van Louis Favre bevatte zang van de drummer en porties dance, techno en psychedelica. In het daaropvolgende stuk schakelde het trio een paar versnellingen hoger en ging het met hihat en zware elektrische bas bijna richting Squarepusher. 'La Nuit' legde dan rustig een klankendeken met verscheidene warme schakeringen. 'Star Trek' hield eerst nog vast aan trage ritmes en klanken, als vanuit een psychedelisch kerk of in de verstilling die de eerste minuten na de dood misschien inluiden, maar met een korte stilte viel een breuk en belandden we weer in levendige sferen. Daar deed de EWI mij zelfs aan gitaar en elektronische effecten denken, zoals bij de industriële rockband Chrome. Het was wennen aan de wegen die Gratitude nu inslaat, maar ook de nieuwe aanpak staat voor solide samenspel en afwerking. De voorsmaakjes die hier te beleven waren van de onlangs opgenomen derde cd, vonden in Lokeren alvast gretige oren.

Om te beëindigen had het trio nog een uitvoering in twee delen in petto van 'Gratitude', dat eerst in een wervelende showcase voorzag voor de drums van Favre, waarna een begeesterde Van Herzeele nog vurig uitpakte op de tenorsaxofoon. Zo werd ook de tweede set met een uitermate meeslepend nummer naar een prachtige finale geleid. 'Cri' als traag bisnummer vormde een fijngevoelig eindpunt voor het innemende concert.

Klik hier voor foto's van dit concert door Cees van de Ven.

Deze recensie verschijnt ook op Jazz'Halo.

Labels:

(Danny De Bock, 2.11.17) - [print] - [naar boven]



Cd
Pascal Niggenkemper Le 7ème Continent ‎- 'Talking Trash' (Clean Feed, 2016)

Opname: 30 oktober 2014 & 23 maart 2016

Het komt niet vaak voor dat je bij een nieuwe plaat op een bepaald moment merkt dat je ademloos aan het luisteren bent naar het gebodene.

Wat een klankenrijkdom ontspint zich op dit album 'Talking Trash', dat we volgens de Frans-Duitse bassist-componist Pascal Niggenkemper mogen opvatten als een verklanking van wat hij effectief het zevende continent noemt - vandaar ook de bandnaam, Le 7ème Continent. Het gaat dus over de drijvende vuilnisbelt van kunststof, de plasticsoep. Een eiland waar enorme hoeveelheden plastic en ander afval bijeen drijven in het noorden van de Stille Oceaan. "The goal of this musical project is to make this 'seventh continent' sing, hiss, whirr, buzz and scream. Creating a wall of sound and rhythm, from where colors, patterns, melodies, and improvisations arise," aldus Niggenkemper in de hoestekst. Een betere beschrijving van de muziek - of moeten we het simpelweg houden bij klanken - op deze cd is niet voorhanden, want exact dat voltrekt zich voor onze oren. Het is werkelijk een genot. Want hoewel de instrumenten vaak oversturen en vervormde tonen voortbrengen, lijkt elk instrument afzonderlijk in een symbiotische relatie te staan met de andere, de kleine stukjes plastic verklankend die samensmelten in de plasticsoep.

De zeven (hoe toepasselijk!) muzikanten zetten met dit album een tour de force neer zonder weerga. Het samenspel is zo hecht, dat individuele bijdragen benoemen eigenlijk onrecht doet aan het geheel. Desalniettemin mogen de glansrollen van Eva Risser op de prepared piano en Joachim Badenhorst op klarinet niet onbenoemd blijven, net zomin als de bijdragen van de componist zelve, want dat Pascal Niggenkemper een grote kunstenaar is met een duidelijke visie, dat mag na beluistering van dit album wel als een vaststaand feit worden beschouwd.

Tenslotte nog een compliment voor de fantastische geluidsregistratie, die in handen was van Christian Heck in de Keulse Loft - het betrof een liveopname nota bene!

Klik hier om vier tracks van dit album te beluisteren.

Labels:

(Maarten van de Ven, 1.11.17) - [print] - [naar boven]



Concert / Jazztube
In tijgersluipgang over het goede pad

Idema-Degenaar-Itoe-Van Olphen, dinsdag 24 oktober 2017, De Smederij, Groningen

Wanneer je vier tamelijk willekeurige funkjazzmuzikanten bij elkaar zet, hoef je vanzelfsprekend niet automatisch een coherent resultaat te verwachten. Ook niet als het oude rotten in de electrofunk zijn. Welnu, zo oud zijn de leden van het vierspan Idema-Degenaar-Itoe-Van Olphen misschien niet eens. (Rot des te beter.) Maar zonder de ankerfunctie van elektrische bassist Benson Itoe was de uitkomst ongetwijfeld een stuk minder samenhangend geworden. Hij was het wagentje dat rondjes reed over het podium, met een groot bord Follow Me. Itoe is een wezenlijk onderdeel van de constructie. Waar drummer Jeroen van Olphen de neiging heeft met een sluw glimlachje onverzoenlijke beats vast te spijkeren, gaat Benson in soepele tijgersluipgang door de schema's. Met zijn feilloze timing en diepe, diepe bounce speelt hij in deze constellatie voor Jaco Pastorius. Wat de rest van de band ook aan kattenkwaad uithaalde, en 99% is geïmproviseerd, de bassist hield de jongens op het goede pad.

Met zes keyboards kun je nogal wat paadjes bewandelen. Toetsenspelers (nooit toetsenisten zeggen) Felix Degenaar en Diederik Idema speelden om beurten solo- en begeleidingsrollen en soms knalden ze midscheeps op elkaar. Alle denkbare ritmen en kleuren werden uit de kast getrokken, het was dinsdag echt een Holiday for Keys. In 'Cantaloop' speelde Idema de rol van uitdager, maar het mankeert Degenaar niet aan parerende bliepjes en riffjes. Dat neemt niet weg dat Idema, die al meer dan 25 jaar de scepter zwaait over deze genoeglijke wekelijkse vergaderingen, toch nog net iets vrijer en stoutmoediger rondfladderde in 'Softly, As In A Morning Sunrise'. Daarbij bleef de sfeer zeer informeel: "Effe kijken wat ik hiermee ga doen." "Kijk maar." "Wel gezellig, hoor," waarop Idema 'Stella By Starlight' aankondigde. Tijdens het uitgewalste coda leek de energie alleen maar toe te nemen. Als bij de geboorte van een orkaan.

In de Jazztube zie en hoor je een stuk van dit concert. Het kwartet speelt 'Stella By Starlight'.

Labels: ,

(Eddy Determeyer, 31.10.17) - [print] - [naar boven]



Cd's
Frode Gjerstad & Paal Nilssen-Love - 'Nearby Faraway' (PNL, 2017)

Opname: 12 september 2016
Pan-Scan Ensemble - 'Air And Light And Time And Space' (PNL, 2017)
Opname: 20 december 2016

De Noorse slagwerker Paal Nilssen-Love bracht onlangs op zijn eigen PNL-label twee nieuwe albums uit. Samenwerkingen in de vorm van een duet en een nonet. Het eerste vormt Nilssen-Love met rietblazer Frode Gjerstad. 'Nearby Faraway' heet het album. Met het nonet Pan-Scan Ensemble bracht hij het album 'Air And Light And Time And Space' uit.

Gjerstad en Nillsen-Love kennen elkaar nu zo'n 25 jaar, sinds de drummer in 1992 deel ging uitmaken van Gjerstads Circulasione Totale Orchestra. Ze namen samen, in diverse constellaties, inmiddels 26 albums op. Die langdurige samenwerking hoor je in 'Nearby Faraway' goed terug. Het album is daarbij opgedragen aan de 2012 overleden pianist en accordeonist Elvin One Pedersen, die eveneens deel uitmaakte van het Circulasione Totale Orchestra en het Calling Signals Quartet. Met 'Dreams' begint het album direct scherp. Gjerstads altsax klinkt hier tergend, afgeknepen en schril in het hoog, Nilssen-Love speelt een zeer ingetogen ritme van Nilssen-Love. In 'Close By' horen we Gjerstad al even intens op klarinet - je voelt aan alles dat dit slaat op hun wederzijdse vriend Pedersen. In het relatief lange 'Flying Circus' gaat het er heftiger aan toe met Nilssen-Love's rollende en zeer ritmische drumspel. Gjerstad beweegt zich hier op zijn altsax soepel stomend doorheen. Bijzonder is ook 'Mosquito Nest', waarin we Gjerstad op bassax horen, lastig en vasthoudend als een muskiet.

Aan het begin van 'Air And Light', het eerste deel van 'Air And Light And Time And Space', waan je je in een werkplaats vol gehamer en geklop. Het is afkomstig van de beide slagwerkers die het Pan-Scan Ensemble telt: Nilssen-Love en Ståle Liavik Solberg. Een ensemble dat ontstond toen de beide heren eind 2016 een kerstconcert organiseerden. Gaandeweg neemt het tumult toe en voegen de overige musici zich erbij. Musici die we inmiddels kennen van bands als Fire! Orchestra, All Included, Angles 9, Friends & Neighbours and Nilssen-Love's Large Unit. We horen drie vrouwen op saxen: Lotte Anker, Anna Högberg en Julie Kjaer, in Scandinavië is de jazz niet louter een mannenwereld. Drie mannen op trompet: Thomas Johansson, Goran Kajfeš en Emil Standberg, en Sten Sandell op piano. Samen met die twee slagwerkers produceert dit nonet op sommige momenten een overweldigend geluid, terwijl op andere momenten juist de ingetogen klankwereld opvalt.

De blazers ruisen op de achtergrond in 'Time And Space', terwijl Sandell aarzelende noten speelt. En dan klinkt een altsaxsolo als een vogel. Is het Anker, Högberg of Kjaer? Het maakt niet uit, het is mooi. En dan loopt het, voor de tweede keer op dit album, uit in een totale muzikale anarchie. De musici buitelen over elkaar heen. Maar net zo snel als deze fase begon, eindigt hij in een bluesachtige solo van Sandell, gevolgd door een prachtig duet van Kjaer op fuit en Anker op tenorsax. Bijzonder is ook het moment - we lopen inmiddels tegen het einde - waarop Sandell en Nilssen-Love een tranceverhogend ritme erin gooien, waar de blazers in wisselende samenstellingen op reageren, als een druk kwebbelend gezelschap op een kerstfeest.

Labels:

(Ben Taffijn, 30.10.17) - [print] - [naar boven]



Concert
Carte blanche!

Stevko Busch & Paul van Kemenade / Two Horns And A Bass, donderdag 19 oktober 2017, JazzCase, Dommelhof, Neerpelt

De Nederlandse altsaxofonist Paul van Kemenade, die 40 jaar professioneel muzikant is, streek in Neerpelt neer tussen concerten in China, Polen en Rusland. Deze avond zette JazzCase hem in de kijker met een dubbelprogramma.

In het eerste deel speelde hij met pianist Stevko Busch een aantal composities, waarmee zij samen verschillende richtingen insloegen, te beginnen met een bewerking van Russisch orthodox gezang van Glazunov, gevolgd door een lieflijk, zangerig stuk van de hand van Busch. Een lichte ruis sierde de klank van de sax, die samen met het fijngevoelig toucher van de pianist romantisch en tegelijk beheerst aandeed. Deze elegante aanpak werd gevolgd door een pittig en kleurrijk 'Bramen Plukken In De Bush', een gelegenheidsversie van een compositie opgedragen aan pianist Michiel Braam. Hier kregen we een wandeling langs plekken waar de bessen dik en andere waar ze dun waren, wat verderop leidde tot vermaak in jazz oude stijl.

In de twee volgende nummers werden de registers verder opengetrokken en dat ging een beetje ten koste van de coherentie in de eerste set, maar het publiek bleef geboeid, onder meer door geraffineerd klankenspel van mooie noten gecombineerd met metalige kleppen. Via pathos uit de Lage Landen met zijn tweeën en een versie van Zuid-Afrikaans kabbelen bij 'The Mountain' van Abdullah Ibrahim kwam een einde aan de reeks duetten. De eerste set rondden de muzikanten echt af met bassist Wiro Mahieu erbij. Met zijn expressieve stijl droeg hij bij aan een onverwacht dynamisch slot, waarbij ook het zuiver en juist fluiten van Busch opviel.

Two Horns And A Bass bracht ons na de pauze in een sfeer van berekende kamermuziek in professionele handen. Daarvoor kwam de inspiratie bij de opener weer uit Rusland. 'In A Russian Mood' zette Van Kemenade mooi unisono in met Angelo Verploegen op bugel. Vandaar ging het westwaarts met 'Cool Man Coleman', dat op geacademiseerde, maar leuke en knappe wijze ode bracht aan de harmolodics en de free met invloeden van folk van Ornette Coleman. In de schoonheid van het nummer 'Two Horns And A Bass' leek de bugel natte druppels op ribfluweel te laten vallen. 'Mex', voor de dochter van de saxofonist, volgde als een sierlijk en tegelijk strak wiegelied.

'Mind The Gap' speelde met timing, tellen van stilte en vrije geluiden. Daar kon de bassolo door de mimiek van Mahieu aan de Muppets doen denken, maar achtereenvolgens brachten de sax en de bugel de spanning weer in het gelid. Ook de tweede set eindigde in een toevoeging van een extra muzikant, ditmaal met de terugkeer van de pianist voor "same two horns, same bass - plus different piano". De pianotoetsen gingen, gewild, bijna uit de bocht, op flugel speelde Verploegen zijn fijnste solo van de avond en om te eindigen ging het andermaal langs Zuid-Afrika. Warm en licht, met haast dixielandachtige inslag rondden de muzikanten af.

Klik hier voor foto's van dit concert door Cees van de Ven.

Labels:

(Danny De Bock, 29.10.17) - [print] - [naar boven]



Jazzradio
Jazz Rules #136


'Boggamasta' is het nieuwe album van Flat Earth Society samen met gitarist David Bovée. Het verschijnt eind deze maand bij Igloo Records. In deze aflevering draait Dirk Roels in primeur drie nummers van de nieuwe plaat.

Een dezer dagen verschijnt het gelijknamige album van Kris Defoort's Diving Poet Society bij De Werf Records. De pianist breidde voor deze gelegenheid zijn trio uit met saxofonist Guillaume Orti en de jonge, talentvolle Hongaarse zangeres Veronika Harcsa.

Er is ook een nieuw album van Linus + Okland/Van Heertum/Zach. Dat is de band van onder anderen gitarist Ruben Machtelinckx en rietblazer Thomas Jillings. 'Mono No Aware' is uitgebracht op het label Aspen Edities.

Tenslotte is er ook nog nieuw werk van de Tunesische ud-speler Anouar Brahem, samen met bassist Dave Holland, pianist Django Bates en drummer Jack DeJohnette. En livemuziek vanaf Jazz In 't Park in Gent met het concert van Orchestra Exotica, het septet van Bruno Vansina. Zij brengen exotica muziek van voornamelijk Martin Denny en Les Baxter.

Klik hier om Jazz Rules #136 te beluisteren.

Labels: ,

(Maarten van de Ven, 29.10.17) - [print] - [naar boven]



Cd
Scheen Jazzorkester & Jon Øystein Rosland - 'Tamanoar' (Losen, 2017)

Opname: 27-29 januari 2017

Als componist heeft de Noorse tenorsaxofonist Jon Øystein Rosland een eigen, ja, een eigenzinnige stem. Herhaling, dat wezenselement van jazz, is hem een gruwel. Liever levert hij doorgecomponeerde stukken. In een nummer als 'Latrodectus' gaat hij nog een stapje verder en gebruikt hij cut-up methoden om de contrasten extra contour te geven. De muziek is eerder plechtig en monumentaal dan vrolijk en vrij. Hier en daar een referentie aan een fanfareorkest dat in de pauze een tikje teveel aquavit naar binnen heeft getikt, een, twee fragmenten 'echte' bigbandswing, iets wat een kruising lijkt tussen een jaren veertig-bop ballad en een Mingus-meditatie. Maar onverstoorbaar loopt daar het ritme, als een trein, met bassist Jan Olav Renvag als machinist. Daar kun je de klok op gelijkzetten.

Het album is een abstracte lappendeken van kortstondige kleuren en vliedende vormen en in het openingsnummer 'Snake Oil' hoor je precies hoe die geweven wordt. Uit geïsoleerde noten van basklarinet en fluit, wat vervolgens opgenomen wordt in het orkestrale totaal. Veel wordt aan je eigen verbeelding overgelaten: als een bepaalde frase heel functioneel herhaald of gevarieerd zou kunnen worden, nou, dan doe je het lekker zelf, moet de componist hebben gedacht. Plus dat je op het verkeerde been gezet wordt: 'Wabi Sabi', dat nog bijna feestelijk begint, verliest halverwege toch de eetlust.



Het Jazzorkester bevat eersteklas muzikanten die hun solokwaliteiten volledig in dienst stellen van de architectuur van de composities. Ook Øystein Rosland zelf is slechts kort solistisch aan het woord.

Dit album, dat slechts bij beetjes zijn geheimen en charmes prijsgeeft, besluit met het nummer 'Tamanoar' - dat is een reuzemiereneter, maar dit terzijde. Het begint als koraal, maar mondt uiteindelijk toch uit in iets wat je als montere, om niet te zeggen feestelijke straatmuziek zou kunnen noemen.

Klik hier om het album te beluisteren.

Labels:

(Eddy Determeyer, 28.10.17) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...






Menupagina's:

Zoeken op Draai:


web deze website

Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Neerpelt
België
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.