Draai om je oren
Jazz en meer - Weblog





 


Cd / Jazztube
Wheels - 'Souletude' (El Negocito, 2017)

Opname: 10-12 december 2015

Zuivere genres zijn niet meer van deze tijd. Bands slalommen ertussen met een vanzelfsprekendheid die een generatie geleden nog lang niet zo sterk ingeburgerd was. Dat levert daarom nog geen goede resultaten op, maar de kans zit er dik in dat het op z'n minst gaat intrigeren. Zo ook bij het trio Wheels, dat na twee EP's toe is aan zijn eerste langspeler, die verscheen bij El Negocito Records.

Gitarist Mathias Van de Wiele en bassist Manolo Cabras startten het trio nog met Lander Gyselinck, al werd die intussen vervangen door Jakob Warmenbol. Samen trokken ze een paar dagen naar het Amerikaans Theater in Brussel, gewapend met een aantal losse ideeën en de intentie om binnen een wereld van improvisatie, jazz, rock en aanverwante zones op zoek te gaan naar gedeelde muzikale inspiratie.

Het leidde tot 'Souletude', een reisverslag dat de muzikanten voert langs weidse panorama's, drukke en potige interactie, en momenten van abstractie. Het ene moment met een knoert van een sound, en even later terend op elektronische ruis en iets dat vaagweg herinnert aan de americana van volk als Charlie Haden en Pat Metheny, zoals in het gemoedelijk schuifelende titelnummer.

Opener 'Keep On Rollin’' kreeg dan weer een prima titel mee, aangezien het trio hier lekker davert met de blik gericht op de einder. Met een flukse vaart, maar ook vol momenten van lichtvoetigheid. 'Krik-Krak' volgt dan een meer tegendraadse koers. Dit is hoekige grootstadsmuziek, waarin een tijdelijk moment van introspectie weerwoord krijgt van een broeierig stoofpotje dat knap aan de kook wordt gebracht. Minstens even sterk: Cabras' 'L’Inserpentone', een compacte brok ongedurigheid die vaag ruikt naar New York.

Naast de composities van Van de Wiele (vijf van de tien stukken) zijn er ook een paar trio-improvisaties die moeilijk vast te pinnen zijn. Zo speelt de gitarist zelf althoorn op 'The Air Is Thin Around Here', een stuk waarin ruisende elektronica en resonerend metaal al snel een even prominente rol opeisen. Het korte 'Bailed Out' heeft met z'n struikelende ritme, hoekige accenten en abrupte einde net iets te weinig cohesie om een gebalde vuist te maken.

Niet alles werkt even goed, want ook de combinatie van althoorn en kronkelende ritmesectie blijft een beetje onwennig in 'Scream! We Are Being Squashed'. Daar tegenover staan wel een paar troeven, zoals het ingetogen eclecticisme van 'Drifting' en een prima versie van 'Crepuscule With Nellie', Monks even klassieke als dwarse ballade voor zijn vrouw. De afwisseling zorgt er alleszins voor dat het trio de aandacht weet vast te houden tot de laatste, uitdovende noten van 'A Clown Forever'.

In de Jazztube hierboven zie je de videoclip van 'Keep On Rollin’'.

Deze recensie verscheen ook op Enola.be

Labels: ,

(Guy Peters, 20.9.17) - [print] - [naar boven]



Lp's
3Times7 – 'Squeeze The Lemon' (eigen beheer, 2017)

Opname: februari 2016
Jorrit Westerhof – 'I Don’t Know What I Can Imagine' (eigen beheer, 2017)
Opname: 2016

Als een echt kind van deze tijd heeft gitarist Jorrit Westerhof zijn debuut op lp uitgebracht. Om precies te zijn: op twee lp's. Daar zijn dan wel weer downloadcodes bijgevoegd, zodat je het gebodene ook lekker ouderwets en vertrouwd op je smartfoon kunt zetten. (De verkoop van vinyl is in ons land het afgelopen jaar met maar liefst vijftig procent gestegen, waarmee het aandeel van de lp inmiddels op een kwart ligt van de totale verkoop van fysieke geluidsdragers.)

Op 'Squeeze The Lemon' speelt 3Times7, het vaste trio van de gitarist. Het album laat iets van de veelzijdigheid van Westerhof horen. 'Way Over Yonder' (niet het nummer van Carole King) begint met een dialoog tussen twee oude bluesknakkers en ontwikkelt zich vervolgens ook als een orthodox oud bluesnummer. De bas van Marko Curcic laat zich van haar meest wendbare kant horen; de gitaar is hier elementair, naakt. 'Help Me, I’m Blind' is een ode aan al die visueel gehandicapte bluesmannen, Lemmon, Willie, Boy, Arvella, waarbij het energieke drummen van Aleksandar Skoric voor de ejaculatie zorgt waar we vanaf het eerste nummertje, 'Waiting For An Orgasm', stilletjes op hadden gehoopt. De invloed van de Britse bluesgasten van de jaren zestig is hier met al die oversturing en vervorming evident.

'Pale Blue Dot/Thin Gas Clouds' is een soundscape die op een gegeven moment uitloopt op King Crimson-achtige bombast. In 'Anyhow, The Color Is Green' worden we vergast op stevige noiserock met feedback en in 'Don’t Be Sorry' zitten we ineens in een Italiaanse ijssalon anno 1960, waar een gitaarbandje in hemelsblauwe jasjes speelt.

Voor het album 'I Don’t Know What I Can Imagine' heeft Westerhof een aantal prominente gasten uitgenodigd; hier is ook iets van zijn gaven als vormgever en arrangeur bespeurbaar. Grappig, maar zodra Martin Fondse met zijn vibrandoneon (een soort melodica) op het toneel verschijnt is de tango niet ver meer. Ook deze versie van 'Pale Blue Dot' is een sonisch landschap. De vibrandoneon verdrinkt hier in havengeluiden en, alsof dat nog niet genoeg is, een ritje in een Willys op de Ginkelse heide. Eveneens fraai: het koperen paar Eric Vloeimans (trompet) - Morris Kliphuis (hoorn) in 'I Was Almost Sure Of It'. Vloeimans waren we al tegengekomen als dwalende in het klanklandschap 'Jesus Got Angry'.

Een goed beeld van het potentieel van Jorrit Westerhof krijgen we in 'Conjunctiva, Ok', waarin het industriële slagwerk van Skoric en de vrije partijen van Fondse en de leider mooi gedoseerd zijn. De vibrandoneon speelt hier een melodieus intermezzo, waar saxofonist Albert Ayler zó op had kunnen inhaken.

Het nummer 'Presidents & Police', een feature voor de lyrische (alt?)viool van Oene van Geel, eindigt in de ruis van de uitloopgroef van een 78-toeren plaat. Je hoort ook, hoe de naald van de plaat wordt getild. Heel stijlvol. Nog chiquer: in beide lp’s zijn alvast (bescheiden) tikken meegeperst. Daar hoef je zelf dus niets meer aan te doen.

Klik hier om het album 'Squeeze The Lemon' te beluisteren. En hier kun je 'I Don’t Know What I Can Imagine' horen.

Labels:

(Eddy Determeyer, 19.9.17) - [print] - [naar boven]



Concert
Verhalen zonder woorden

Vanbinsbergen Playstation, vrijdag 8 september 2017, Paradox Tilburg

Een verzamelplaats, een plek waar verbinding wordt gemaakt, waar contact wordt gemaakt, een ontmoetingsplaats. Op zoek naar een verklaring, uitleg, of een diepere betekenis. Voortbordurend op playstation, een deel van de naam van Corrie van Binsbergens laatste nieuwe band, moet ik concluderen dat het allemaal iets toevoegt. En dan in de context van muziek. Een ruimte waar gespeeld wordt.

Van Binsbergen verzamelt verhalen. Ze heeft een voorliefde voor literaire projecten, maar deze keer niet. Of toch wel? Haar album heet dan wel 'Tales Without Words', maar dat wil niet zeggen dat de woorden er niet zijn. Je moet ze alleen zelf ontdekken. Dat alle acht muzikanten zittend musiceren brengt rust. En ik zie het als een geste aan het publiek om daar de verbinding mee op te zoeken. Het laat je ook focussen op de muziek, de verhalen. Ze worden intens gespeeld en de arrangementen zitten zo ingenieus in elkaar dat de woorden vanzelf komen. Daar zit de grote kracht van Van Binsbergen als componist. Daarnaast is ze een begenadigd gitariste. Ze heeft de gave om de stap naar binnen maken en iets heel klein en delicaat te vertolken. En ook al kon ik het verlangen niet altijd onderdrukken om haar ruigere ontsnappingen te horen, af en toe stapte ze even groter uit in haar soli. Zonder daarbij aan zichzelf en het groepsgeluid voorbij te gaan overigens.

Van Binsbergen heeft natuurlijk wel hele duidelijke keuzes gemaakt in de uitvoering van dat groepsgeluid. Ze laat zich omringen door stuk voor stuk muzikanten van grote klasse, die in staat zijn de verhalen vorm en inhoud te geven naar het idee van de ontwerper. De woorden te verklanken. En wat doen zij dat goed! Het heeft alle facetten van een hechte muzikale familie – met Corrie van Binsbergen als madre familias - die elkaar koste wat kost aanvult en ondersteunt - kortom: sterker maakt. Hierbij het blazersensemble even apart te benoemen - zonder iemand tekort te willen doen, ik zou hierbij in complimenten blijven vervallen. Want dat vormt toch wel voor een groot deel de sjeu van deze band. Met een stip voor de jonge hoornist/cornettist Morris Kliphuis, die het kleurenpalet uitbreidt met vakkundige speelsheid.

De muziek? Die varieert van ingetogen, reflecterend en lyrisch naar open, ritmisch en swingend. Heel dynamisch, veel energie dus. Het laat je afwisselend ontroeren, verrassen en amuseren. Genieten dus voor het enthousiaste publiek in een lekker vol Paradox. De ontmoetingsplaats. Kringetje rond.

Klik hier voor foto's van dit concert door Donata van de Ven.

Labels:

(Donata van de Ven, 18.9.17) - [print] - [naar boven]



Cd
Anat Cohen & Trio Brasileiro – 'Rosa Dos Ventos' (Anzic, 2017)

Opname: december 2016

Alsof de afstand Tel Aviv-Rio de Janeiro geen tienduizend kilometer bedraagt. Alsof de klarinet de schaduw is van de gitaar. Alsof klarinettiste Anat Cohen en de mannen van Trio Brasileiro uit dezelfde, veelkleurige tropische bloem zijn gekropen.

De combinatie klinkt kortom alsof de vier muzikanten al jaren in een band zitten. In werkelijkheid was het kwartet een week lang bij elkaar om te jammen en te componeren. (Eerlijk is eerlijk: deze combinatie nam in 2015 al eens een album op, 'Alegria Da Casa'.) Toen Cohen in 2000 voor het eerst voet op Braziliaanse bodem zette kwam ze thuis. "Haar Portugees is beter dan mijn Engels," verklaarde gitarist Marcello Goncalves, met wie ze onlangs het album 'Outra Coisa: The Music Of Moacir Santos' opnam.

Anat Cohen speelt perfect klarinet - maar haar waanzinnige techniek staat te allen tijde in dienst van de expressie. Onder die rijke diepe tonen ('Valsa Do Sul') gloeit de hartstocht. Daarbij blijkt de klarinet voortreffelijk te mengen met de zevensnarige gitaar van Douglas Lora. En die gitaar vervlecht op haar beurt weer onnavolgbaar met de bandoliem van Dudu Maia, zoals we in 'Para Você, Uma Flor' kunnen vaststellen. Die bandoliem is een soort tiensnarige metalen banjo. Broeder Alexandre Lora hoor je intussen eigenlijk nauwelijks - doch de afwezigheid van zijn pandeiro en andere lichte percussie zou onmiddellijk opvallen.

Alle twaalf nummers zijn van eigen makelij – sommige ('Sambalelê') klinken als een halfvergeten standard van de hand van een Baden Powell of een, jawel, Heitor Villa-Lobos. Hier passen slechts een diepe buiging, een handkus en een geheven glas.

Klik hier om van dit album 'Baião Da Esperança' te beluisteren.

Labels:

(Eddy Determeyer, 17.9.17) - [print] - [naar boven]



Jazzradio
Jazz Rules #132


In deze aflevering van Jazz Rules zijn er nieuwe releases uit binnen- en buitenland en een flinke portie livemuziek vanuit Jazz In 't Park in Gent!

'Dug Out Skyscrapers' is het nieuwe album van De Beren Gieren. Het verschijnt eind deze maand bij SdBan Records en De Beren Gieren starten binnenkort hun release tournee. De Beren Gieren zijn toetsenist en componist Fulco Ottervanger, bassist Lieven Van Pée en drummer Simon Segers.

Het Thomas Champagne Quartet zijn nieuwe album 'Random House' is uit bij Igloo Records. Met Thomas Champagne op alto sax, Guillaume Vierset op gitaar, Ruben Lamon op bas en Alain Deval op drums.

De Amerikaanse trompettist Ambrose Akinmusire bracht onlangs het dubbelalbum 'A Rift In Decorum' uit, live opgenomen in The Village Vanguard in New York. En daar werd ook 'Dreams And Daggers' opgenomen van zangeres Cécile McLorin Salvant samen met het Aaron Diehl Trio. Verder livemuziek vanuit Jazz In 't Park in Gent met het concert van Black Mango.

Klik hier om Jazz Rules #132 te beluisteren.

Labels: ,

(Maarten van de Ven, 17.9.17) - [print] - [naar boven]



Cd
Albert Ayler Quartet - 'Copenhagen Live 1964' (Hat Hut, 2017)

Opname: 3 september 1964

Dat saxofonist Albert Ayler van onschatbare waarde is geweest voor de ontwikkeling van de free jazz zal niemand ontkennen. Nu, een halve eeuw later. Diezelfde free jazz is inmiddels een volledig geaccepteerde vorm van muziek geworden en roering brengt het al lang niet meer. Het kan hooguit op individueel niveau niet worden geapprecieerd, maar dat noemen we dan smaak. In de tijd dat Ayler en anderen die muziek al spelenderwijs vorm gaven lag het heel anders. Je realiseert het je weer eens bij het beluisteren van onlangs opnieuw uitgebrachte opnames van het Albert Ayler Quartet, die dateren van 3 september 1964, opgenomen tijdens een Scandinavische tournee in het Jazzhus Montmartre in Kopenhagen. Een droomkwartet, vinden we nu, met naast Ayler Don Cherry op cornet, Gary Peacock op bas en Sunny Murray op drums.

Maar beluister dit concert en je begrijpt waarom er tijdens een eerder concert in Frankrijk flessen naar de band werden gegooid, zoals Peacock zich later herinnerde. De muziek van dit kwartet wortelt overduidelijk in de gospel, de rhythm-and-blues, de zwarte geschiedenis, maar dan natuurlijk niet op de harmonieuze wijze die de meeste luisteraars in 1964 gewend waren. Ayler en Cherry, hun toon is scherp, gruizig en uitbundig. De passie spat ervan af, maar ook de rauwheid, het onbestemde. Het begin van het tweede nummer 'Vibrations' spreekt wat dat betreft boekdelen. Geweldig hoe het duospel van de twee blazers zich hier ontvouwt, het doet haast pijn. En dan hoe Ayler de melodie vormt in de opening van 'Saints'. Onstuimig en met tomeloze energie, wat eveneens geldt voor het verdere verloop. Maar dat een deel van het publiek dit als vals beschouwde wekt evenmin verwondering.

Het spel van de ritmetandem Peacock–Murray, die reeds enige tijd met Ayler samenwerkte, bezit eveneens een nogal onorthodoxe aanpak. De complexe ritmische structuren bieden de luisteraars niet bepaald veel houvast. Maar wat een spel! Neem Peacock in datzelfde 'Vibrations' met zijn solo. Het lijkt wel een monoloog, alsof hij een verhaal staat te vertellen aan de bar.

Een hoogtepunt is zondermeer 'Mothers', Aylers bewerking van de spiritual 'Sometimes I Feel Like A Motherless Child'. Wat een gevoel legt hij hier in zijn saxspel. Dat vibrato, het snijdt dwars door de ziel. Hier wordt geleden, zoveel is wel zeker. En wij mogen het weer horen, meer dan een halve eeuw later.

Klik hier om van dit album 'Spirits' te beluisteren.

Labels:

(Ben Taffijn, 15.9.17) - [print] - [naar boven]



Cd / Jazztube
AVA - 'Music From An Imaginary Land' (TryTone, 2017)

Opname: 4 maart 2016

Tot mijn verbazing kan ik ook een beetje toveren. Wist ik ook niet, hoor. Want het debuut van AVA, twee jaar geleden op het eerste Jazz te Gast festival in Zuidhorn, omschreef ik op deze plek als "een soort vrije volksmuziek uit een imaginair land, ergens op de as Italië-Turkije-Iran". Ik voorspelde ook dat AVA tijdens de derde set van de dag, op het gazon van Villa Onder de Beuk, een echt bandje zou zijn geworden. En voilà: hier presenteert een echt bandje zijn eerste, allerminst imaginaire cd.

De titel, 'Music From An Imaginary Land', dekt de lading dus. Want de acht composities, op twee na van de hand van baritonsaxofonist Giuseppe Doronzo, zijn evenzovele danswijsjes op oneven, hobbelige ritmen. Gebeten door spinnen, sidderalen of wie weet welke fabeldieren, voeren de bewoners van het bedoelde land dansen uit zoals die opgetekend zijn in een verloren gewaand protocollenboek. 'Kancik Dance', het eerste nummer, begint lieflijk, met de lokkende kokette contrabas van Esat Ekincioglu. Maar al snel krijgen we een verrassingsaanval van slagwerker Seyed Pouriya Jaberi en de bariton van Doronzo voor onze kiezen en eindigt het stuk in een woeste dans. Een soortgelijk procedé wordt toegepast in 'Allèst Allèst', de tweede selectie, zodat je je in de derde compositie, 'Pisman' (vraag me niet naar de betekenis van de titels), schrap zet voor de coup de grâce. Die vervolgens uitblijft. Ook weer schrikken dus.

Doronzo kan afdalen tot in de catacomben van zijn instrument, daar waar de kwartsen knersen en het hellevuur woedt. Maar hij legt een voorkeur aan de dag voor de hogere gebieden van zijn sax, daar waar de toeter zich op het terrein van de tenor waagt. Wijlen Charles Davis is het enige historische voorbeeld dat ik hier in de gauwigheid zou kunnen bedenken.

Jaberi bedient zich van daf, kozeh en jivar, platte en kruiktrommels en elk instrument geeft een eigen karakter aan de stukken. Het zijn evenzovele stemmen. Speciale vermelding verdient 'Borders', een wonderschoon grenzeloos duet van baritonsax en gestreken contrabas.

Zo, en nu alleen nog even die vervelende oorlog in Syrië uit de weg ruimen, zodat iedereen in de regio weer gewoon zijn dansjes kan dansen.

In de Jazztube hierboven zie je een live-uitvoering van 'Allèst Allèst', opgenomen in TivoliVredenburg, Utrecht op 19 mei 2017.

Labels: ,

(Eddy Determeyer, 15.9.17) - [print] - [naar boven]



In memoriam
Leo Cuypers


Op 5 september jongstleden is pianist Leo Cuypers in Maastricht overleden. Hij behoorde vooral in de zeventiger jaren tot de meest spraakmakende pianisten van de Nederlandse avant-garde jazz. Hij won dan ook in 1973 de belangrijke Wessel Ilcken Prijs, de voorloper van de Boy Edgar Prijs.

Cuypers, die in 1947 in Heemstede geboren is, werd op zesjarige leeftijd met jazz geconfronteerd middels de platen - onder andere van Armstrong en Goodman - die zijn broers mee naar huis brachten. Thuis speelde iedereen piano, dus ook de jonge Leo. Op een gegeven moment echter kreeg hij belangstelling voor een drumstel. Nadat de familie in '64 verhuisde naar Maastricht, ging hij toch maar weer achter de piano zitten en nam hij les op de muziekschool. Niet met veel genoegen overigens. Hij vond zijn medeleerlingen maar 'boerenlullen' en hij hield er een traumatische afkeer van geschreven muziek aan over.

In 1969 neemt hij deel aan het Loosdrecht Jazz Concours, alwaar de jury - bestaande uit onder anderen Pim en Ruud Jacobs - de enigszins door Cecil Taylor geïnspireerde muziek van Cuypers beloonde met de hoofdprijs. Kort nadien is hij de vaste pianist in het Willem Breuker Kollektief en richt hij zijn eigen ensembles op. Hij speelt met de fine fleur van de toenmalige hedendaagse jazzscene, waaronder Theo Loevendie, Hans Dulfer, Han Bennink en Willem van Manen. Ook trekt hij de aandacht als componist met onder meer de succesvolle 'Zeeland Suite', de 'Johnny Rep Suite' en de talloze composities met humorvolle titels als 'Het Cowboylied Van Ome Piet', 'De Kruidenier Deelt Spliterwten', 'Hijgen Voor Een Ander' en 'De Zes Ongelikte Beertjes'.

Gedurende de jaren zeventig en tachtig is hij een zeer prominente musicus in de toen heersende actuele jazzscene. Veelvuldig treedt hij op met Breuker en in eigen combinaties. Steeds meer echter levert hij een gevecht met podiumvrees. Het resulteert in een drankprobleem, hetgeen zijn gezondheid ondermijnt. Uiteindelijk trekt hij zich terug uit het muziekleven en vestigt hij zich weer in Maastricht.

Dan is er in 1994 nog sprake van een comeback. Hij doet enkele solo-optredens en in 1995 verschijnt het soloalbum 'Songbook'. Nadien treedt hij nog een enkele keer op, totdat hij in 1998 tijdens een concert in het Tilburgse Paradox met altsaxofonist Paul van Kemenade na enkele minuten dronken van het podium valt. Sindsdien is het stil rondom hem.

In een interview in 'Zuiderlucht' met Paul van der Steen in 2012 kijkt Cuypers tevreden terug op zijn muziekleven: "Het heeft een paar aardige dingen opgeleverd, veel genot en ontiegelijk veel dames. Een heel avontuurlijk leven. Ik ben een zondagskind geweest."

Klik hier voor een interview met Leo Cuypers in de serie 'Jazzportretten' van de onvolprezen site Jazzhelden.nl.

Foto: Eric van 't Groenewout

Labels:

(Jacques Los, 14.9.17) - [print] - [naar boven]



Concert
Bert van Erks sfeervolle vignetten

Berts Fietstour Band, zaterdag 9 september 2017, Centrum voor Kunst & Cultuur 't Clockhuys, Haren

Bert van Erks 'Fietstour Suite – 22 What’s New? 69 It’s Fine' had ik tijdens de ZomerJazzFietsTour gemist. Maar ter gelegenheid van de open dag van het Centrum voor Kunst & Cultuur 't Clockhuys was de herkansing daar. Terwijl op het plein buiten kunstenaars en –essen hun obligate landschapjes te koop aanboden (maar ook kleurrijke glassculpturen en verrassend gecomponeerde foto's) voerde binnen het kwintet van bassist Van Erk diens suite uit. Ik begreep dat het een compositie betreft die hij al in 1970 in zijn hoofd had, doch nimmer voltooide. Tot nu dus - 47 jaar later. Mooi rond getal ook.

Berts Fietstourband (de naam werd door Kamagurka belangeloos ter beschikking gesteld) begon het optreden met sfeervol vloeiende velden, geëvoceerd door de zachtgloeiende vibrafoon van René van Astenrode. De overige instrumenten stemden daar mee in en zo kreeg het eerste deel van de Suite vorm.

Vanwege de bezetting, met vibrafoon, fluit en altsax (Jan Schoemaker) en accordeon (Gertie Bruin), beschikt de Fietstourband over een onorthodox geluidenpalet. Daarmee kregen de onderscheiden delen van het stuk contrasterende karakters. Zo werd er, overwegend in driekwartsmaat, rondgeneusd in de gebieden rond de valse musette en de csardas, wat de dansreflexen van de aanwezige kleuters activeerde. Je zou je kunnen voorstellen dat de gespeelde vignetten evenzovele stadia in Van Erks loopbaan representeerden, het schnabbelcircuit, Musica Elettronica Viva, de Gijs Hendriks Band, zijn eigen Berts Breeze, zijn concertreeksen met steeds wisselende trio's. Daarbij viel de weerbarstige swing van Bruins instrument op – eindelijk weer eens een accordeonist die niet gedachteloos in de voetsporen van Johnny Meyer treedt.

De toegift, 'Jitterbug Waltz', bracht ons met vibrafoon en fluit onverbiddelijk terug naar het New York van 1963 en Eric Dolphy. Na Amsterdam, Utrecht, Rome en Kantens voorwaar een fraai voorlopig eindpunt.

Foto: Willem Schwertmann

Labels:

(Eddy Determeyer, 11.9.17) - [print] - [naar boven]



Cd
Orchestre National De Jazz - 'Europa - Rome' (ONJazz, 2016)

Opname: februari - maart 2016
Orchestre National De Jazz - 'Europa - Oslo' (ONJazz, 2017)

Het Franse Orchestre National De Jazz is sinds enige jaren bezig met een bijzonder project, onder de naam 'Europa'. Middels de keuze voor vier belangrijke, maar tevens zeer diverse steden, proberen zij het huidige Europa in muziek te vangen. Een bij voorbaat onmogelijke opgave, maar daarmee niet minder interessant. Na 'Parijs', 2014 en 'Berlijn', 2015 – dat in deze kolommen uitgebreid aan bod kwam, verscheen eind vorig jaar 'Rome' en net voor de zomer van dit jaar het sluitstuk: 'Oslo'.

Voor 'Rome' riep bandleider Olivier Benoit de hulp in van twee componisten uit de wereld van de hedendaagse gecomponeerde muziek. Beiden leverden een uitgebreid stuk voor het orkest. Benjamin de la Fuente leverde 'In Vino Veritas' en Andrea Agostini componeerde 'Rome: A Tone Poem Of Sorts'. Fuente is weliswaar een Fransmans, maar woonde wel enige jaren in de stad, wat hem recht van spreken geeft. Zijn muziek is in ieder geval heerlijk springerig, opzwepend, bijna circusachtig. Duidelijk in een geheel andere stijl dan het werk dat het orkest op de twee voorgaande albums presenteerde. Opvallend is het gebruik van gesproken tekst uit de film 'Gente Di Roma' van EttoreScola. Het geeft aan 'La Scena 1 – Dal Fiato Al Armonia' een wat surrealistisch effect. In 'La Campane – Transformazione' horen we door klokken, veldgeluiden en verstilde muziek Fuentes doelstelling terug: "I think of Rome and its severe beauty, the caress of its luminosity, its ruins and its days without end, the vivacity of its rain, its intoxicating heat."

Agostini eert eveneens de complexiteit en veelzijdigheid van deze eeuwenoude stad met een enerverende maalstroom aan klanken. Hij benut de creatieve mogelijkheden van dit veelzijdige orkest optimaal in een stijl die refereert aan hedendaags gecomponeerde muziek, maar ook aan jazz en rock. Maar in dit stuk valt vooral het harmonieuze samenspel op, met als hoogtepunt wellicht het verstilde 'Nachtstück II' waarin Agostini een fijn weefsel opbouwt bestaande uit subtiele klanken. In '25 Avril 2015. Crying For Sister Kathmandu (We Were Young And Powerful Once, My Wounded Friend)' staat Agostini op indrukwekkende wijze stil bij de slachtoffers van de aardbeving in Nepal. Duister en verontrustend gitaarspel is zijn middel van uitdrukken.

In 'Oslo' staat het gezongen woord centraal, dankzij de poëet Hans Petter Blad. Hij leverde de gedichten die door Benoit op muziek zijn gezet. Vanzelfsprekend levert het orkest op dit album totaal andere muziek. Oslo is tenslotte ook een totaal andere stad dan Rome en Benoit is een totaal andere componist dan Fuente of Agostini. Zijn eerste halteplaats is zonder meer de jazz, gevolgd door de rock en de wereld van de elektronica. En net als bij 'Paris' en 'Berlin' vallen hier de ingenieuze ritmes op. En verder natuurlijk de zang van Maria Laura Baccarini, die op overtuigende wijze Blads gedichten vertolkt. Met als hoogtepunten 'Sense That You Breath', waarop haar stem ronduit erotisch klinkt, en 'Ear Against The Wall', waar de spanning vanaf knalt.

Met 'Oslo' sluit het Orchestre National De Jazz op waardige wijze de Europa cyclus af. Benoit blijft nog aan tot juni 2008, waarna het orkest weer nieuwe wegen in zal slaan. We houden u op de hoogte.

Op de website van het Orchestre National De Jazz vind je een aantal videos uit deze programma's.

Labels:

(Ben Taffijn, 11.9.17) - [print] - [naar boven]



Nieuws / Jazztube
Willem Breuker Stichting kondigt nieuwe muziekprijs aan


Op zaterdag 4 november 2017 zal in het Bimhuis te Amsterdam de uitreiking van een nieuwe muziekprijs plaatsvinden: de Willem Breuker Prijs. Deze tweejaarlijkse prijs is bestemd voor iemand in wiens of wier werk de karakteristieke eigenschappen van het oeuvre van Willem Breuker nadrukkelijk naar voren komen. De gelauwerde krijgt een bedrag van €15.000 en een plastiek van Wim T. Schippers.

Willem Breuker (1944-2010) was de oprichter van het Willem Breuker Kollektief. Hij was componist, saxofonist en klarinettist in dit orkest dat 35 jaar lang over de wereld reisde. Hij was ook de oprichter van een platenmaatschappij en organiseerde decennialang de Klap op de Vuurpijl, het jaarlijkse festival voor jazz, geïmproviseerde en nieuw gecomponeerde muziek. Breuker stelde zijn platenlabel BV HAAST open voor alle soorten muziek die hij serieus nam, maar waarvoor commerciële labels geen interesse toonden.

Vrijheid, eigenheid en open geest waren voor hem vanzelfsprekend, net als zijn hartelijke brutaliteit in maatschappelijke en cultuurpolitieke zaken. Breukers brede interesse voor muziek valt niet in een hokje in te delen. Het moest "mensenmuziek" zijn, zoals hij het noemde.

Binnenkort wordt de naam van de eerste laureaat bekendgemaakt.

Foto: Cees van de Ven

In de Jazztube hierboven een portret van Willem Breuker uit 2000 door Netty van Hoorn voor het tv-programma 'Het Uur van de Wolf' (VPRO).

Labels: ,

(Maarten van de Ven, 10.9.17) - [print] - [naar boven]



Cd
Michel Blanc - 'Le Miroir Des Ondes' (Ayler, 2016)

Opname: april 2014 - juni 2015

Over 'Le Miroir Des Ondes' zegt componist, drummer en percussionist Michel Blanc: "With it, I wanted to translate into music my own feelings about some events that crossed my life at the time." Waarmee Blanc verwijst naar de jaren 1972 tot 1989. In twaalf zeer korte stukken - het totale album duurt iets meer dan een half uur - biedt Blanc met zijn kwintet ons een muzikale inzage in die voor hem bijzondere jaren. Daarbij hanteert deze Franse band een rijke en gevarieerde aanpak. We horen invloeden van jazz en rock, maar evengoed veldgeluiden en fragmenten van nieuwsberichten (het hoesje van de cd geeft aan om welke fragmenten het handelt) aaneengesmeed tot een fascinerende reis door de tijd.

Gitarist Marc Ducret drukt een vrij stevige stempel met zijn duidelijk aan rock verwante gitaargeluid, zoals in 'MdO 5 (1974-1975)' en pianiste Anne Gimenez gebruikt duidelijk niet alleen de toetsen van de piano om bij te dragen aan het muzikale geheel. Blanc zelf overtuigt als percussionist eveneens, bijvoorbeeld in 'MdO 6 (1973-1980)'. Overigens blijkbaar een roerige periode, getuige het gitaargeweld dat verderop in alle hevigheid losbarst. In 'MdO 3 (1981)' horen we - naast de aankondiging dat François Mitterand president is geworden - zangeres Anabelle Playe, die haar klassieke sopraanstem inzet als muziekinstrument. Het vormt een scherp en opwindend contrast met Ducrets heftige gitaarspel en Blancs al even stomende slagwerk.

'MdO P (1989)' handelt over de val van de Berlijnse muur. Hier zet het kwintet alle sluizen open in een duizelingwekkende rit met de achtbaan. In het hierop volgende 'MdO B' en 'MdO C', dat niet aan een bepaalde periode refereert, horen we uitgebreid Amtonin Rayon op orgel. De heldere klanken doen wel wat denken aan een vibrafoon. Het vormt een soort van contemplatieve terugblik, een afsluiting van die voor Blanc belangrijke periode. En de afsluiting van een bijzonder album op de grens van jazz, rock, hedendaags gecomponeerd en experimentele elektronica.

Klik hier om het album te beluisteren.

Labels:

(Ben Taffijn, 7.9.17) - [print] - [naar boven]



Jazzradio
Jazz Rules #131


Deze eerste aflevering van een nieuw seizoen Jazz Rules, het radioprogramma op Urgent FM, komt vanaf Jazz In 't Park in Gent.

Presentator Dirk Roels ontvangt er onder meer de broers Peter en Steven Delannoye, saxofonist Michel Mast, trompettist Bart Maris, gitarist Mathias Van de Wiele, bassist Manolo Cabras en drummer Jakob Warmenbol van Wheels, Mik Torfs van JazzLab Series, zangeres Ingrid Nomad en festivalprogrammator Jeroen De Weder.

Uiteraard hoor je ook veel livemuziek in de uitzending, met Nicola Andrioli & Steven Delannoye, de broers Delannoye, Ingrid Nomad, Bart Maris & Michel Mast en Wheels.

Klik hier om Jazz Rules #131 te beluisteren.

Labels: ,

(Maarten van de Ven, 7.9.17) - [print] - [naar boven]



Cd / Jazztube
Matt Wilson's Honey And Salt – 'Music Inspired By The Poetry Of Carl Sandburg' (Palmetto, 2017)

Opname: 17-18 oktober 2016

'Beginning Of A Memory', het ontroerende en bij wijlen hilarische eerbetoon aan violiste Felicia Lynn Wilson, de overleden echtgenote van slagwerker Matt Wilson, staat terecht in de top-tien van de beste jazzalbums van 2016. Althans, volgens de kenners die dit jaar deelnamen aan de Critics Poll van het Amerikaanse maandblad DownBeat. Nu, een jaar later, bestendigt de drummer zijn visionaire aanpak met een album gewijd aan Carl Sandburg, de meest gevierde Amerikaanse dichter van het interbellum. Sandburg (1878-1967) was een van de eersten die, zichzelf begeleidend op gitaar, een soort jazz & poetry-avant la lettre in de praktijk bracht. Als zodanig was hij ook een wegbereider voor de folkrevival van de jaren veertig.

Niet zo gek dus, dit tribuut. Ik moest aan Jan Hanlo denken. Ook Sandburg had de gewoonte de 'werkelijkheid' een of twee klikjes te laten kantelen, waardoor samenhang en logica intact bleven, maar wel een nieuwe wereld ontstond. Een droomwereld, gebaseerd op associaties en met de bijbehorende specifieke causaliteit. Ik denk dat Dada en de surrealisten voor Sandburg belangrijk zijn geweest. Zijn gedichten verwijlen tussen ontwrichte gesprekken en simpele muziekjes. Hij maakt gebruik van readymades. Uit het beeldende 'Prairie Barn': "That old barn on your place, Charlie, was nearly fallen last time I saw it, how is it now?" / "I got some poles to hold it on the east side, and the wind holds it up on the west side."

Wilson heeft een aantal prominente gasten uitgenodigd om de gedichten voor te dragen en te zingen. Allemaal jazzmusici. En zo blijkt John Scofield (in 'We Must Be Polite') in de wieg gelegd voor voordrachtkunstenaar. Bij Rufus Reid ('Trafficker') is de monoloog een naadloze voortzetting van zijn basspel (dat je hier overigens niet hoort) en zijn postuur. Dawn Thomson, die ook gitaar speelt, zingt ('Stars, Songs, Faces') mooi unisono met cornettist Ron Miles. We horen de koele kristallenkoningin Carla Bley in 'To Know Silence Perfectly', een wonderschoon miniatuurtje. In 'As Wave Follows Wave' tuimelen alle acht stemmen in het opkomende tij over elkaar heen.

Kan alvast op het lijstje voor 2017.

In de Jazztube hierboven een filmpje over dit album.

Labels: ,

(Eddy Determeyer, 5.9.17) - [print] - [naar boven]



Cd
Jaimie Branch - 'Fly Or Die' (International Anthem, 2017)


Jaimie Branch is niet uit het niets komen aanwaaien. De trompettiste maakte al een aantal jaren deel uit van de levendige muziekscene in Chicago toen zij naar New York verhuisde en daar wilde laten horen hoe Chicago klinkt. In januari 2016 begon ze in Brooklyn aan een reeks maandelijkse freejazzsessies met andere muzikanten uit Chicago en vanaf juni werkte ze een deel van de ideeën verder uit die improviserend waren ontstaan. Door haar voorkeur voor improvisatie en haar bijdrage aan de muziek van anderen in Chicago had Branch al goede contacten in het milieu. Zij wist zich in New York te omringen met celliste Tomaka Reid (o.a. van Anthony Braxton), bassist Jason Ajemian (Rob Mazurek, Matt Bauder) en drummer Chad Taylor (Marc Ribot, Rob Mazurek). Met hen en nog vier gastmuzikanten maakte Jamie Branch haar 'Fly Or Die' stap voor stap tot een debuutalbum waar duidelijk aan gewerkt is. Aangevuld met cornet, gitaar, koe- en andere bellen, met loops en overdub, samengesteld als een overdachte volgorde van opnamen die hier en daar nog wat gepimpt zijn. Het resultaat is een soort van suite van goed 35 minuten met schitterende kleuren in uiteenlopende taferelen.

Het begint met een 'Jump Off' die kort met trompet-plus-effecten Chicago als Windy City symboliseert, waarna 1, 2, 3 drums, bas en cello een aanstekelijke drive leggen en onderhouden die het onderstel vormen voor gevleugeld trompetspel in 'Theme 001'. De eerste vlucht na dit sierlijk opstijgen duurt niet lang en na de landing volgt gemijmer op gitaar, met aansluitend geschuifel en gescharrel waar bassnaren en percussie aan meedoen. Daarna komt het vrolijk makende 'Theme 002', waarin bas en drums de muziek vooruitduwen en de cello sierlijke bewegingen uittekent bij het thema. Je hoort noten lenig dansen en springen, terwijl het trompetspel net zo goed uitblinkt in korte salvo's als met lang aangehouden adem of bij ruisend uitblazen. De ritmiek in de vlotte Themes werkt zo goed als de mechaniek van een Zwitsers horloge, daar bouwt de structuur verder op de traditie van afgelijnde songs en jazzstandards. Dat gebeurt ook met grote trefkracht, gevoel voor passie en grandeur in 'Theme Nothing', naar het einde van het album. Mochten in het kielzog van de terugkeer van vinyl ook 45-toerenplaatjes en jukeboxen weer in zwang geraken, singles met de Themes konden nog in aanmerking komen om tot populaire deuntjes uit te groeien in cafés die (ook) jazz aanbieden.

Tussenin vinden we op dit album behalve een paar onrustig rammelende intermezzi (of tot de verbeelding sprekende schetsen in het prachtige geheel van de puzzel) ook het plechtstatig gospelachtig beginnende, tegelijk warm en koude 'Leaves Of Glass', dat een verhalende kant inleidt. De muzikanten maken daar met weloverwogen bewegingen aansluiting met hun gemeenschappelijke band in de vrije muziek. In 'The Storm' en 'Waltzer' lijken zij in te gaan op de onherbergzame kanten van het bestaan, met pijnlijke en akelig dreigende momenten die tot noodkreten nopen. Daar duikt ook kille verschraling op en een ongemeen passende ingetogenheid. En steeds zorgen de overgangen voor een flow die je verder meetrekt in de suite, ook als de muziek traag voortschrijdt.

'Fly Or Die' staat voor Jaimie Branch voor samen hoge toppen scheren of apart ten onder gaan. Onder die titel speelt de trompettiste kort en solo een spits stukje dat vernuftig dienst doet als een prachtige intro voor 'Theme Nothing', dat als een rijk boeket het album bijna afsluit. Bijna, want '...Back At The Ranch' krijgt gitarist Matt Schneider de eer om het laatste stukje neer te leggen... and leave you puzzled.

Klik hier om het album te beluisteren.

Foto: Peter Ganushkin

Deze recensie verschijnt ook op Jazz'Halo.

Labels:

(Danny De Bock, 3.9.17) - [print] - [naar boven]



Cd
Luc Houtkamp & Hannes Buder - 'The Malta Sessions' (POW, 2017)

Opname: 20-21 juni 2016

Rietblazer Luc Houtkamp bivakkeert tegenwoordig meer in Malta dan in Nederland. Dat hij, samen met gitarist Hannes Buder, zijn nieuwe album daar dan ook opnam, mag niet verbazen. 'The Malta Sessions' is de toepasselijke titel die de schijf mee heeft gekregen. Sessies die met 'Zejtun' op nogal redelijk weerbarstige wijze aanvangen. Houtkamp perst grillige noten uit zijn tenorsax en Buder beperkt zich tot wilde grepen. Het zet de toon voor een zeer experimentele, verrassende set, waarin vooral opvalt hoe goed de twee musici bij elkaar passen en hoe goed de combinatie spanning weet te creëren. Houtkamp verruilt daarbij zijn tenorsax regelmatig voor de klarinet om zo het duet een andere invulling te geven. Buder beperkt zich weliswaar tot zijn gitaar, maar zoekt de grenzen van het instrument zodanig op dat het regelmatig lijkt of we eerder met een machine, een cirkelzaag of percussie te maken hebben.

En over de klarinet gesproken: zelden zulke buitenissige klanken van dit instrument gehoord als in 'Dingli'. Houtkamp kwettert hier opgewonden, als een nieuwsgierige vogel die voor het eerst over de rand van zijn nest kijkt. Maar ook Buder draagt hier een belangrijke steen bij door percussie-achtige klanken uit zijn gitaar te toveren. 'Mqabba' en 'Fgura' kennen een geheel andere sfeer. Echoënde gitaaraanslagen vormen het decor voor intens spel van Houtkamp op tenorsax. Fragiel en met een gruizige ondertoon, waarbij het spel in 'Mqabba' Arabische invloeden verraadt en zo de multiculturele achtergrond van het eiland indrukwekkend verklankt. In 'Gzira' gaat het er weer zeer onstuimig aan toe. Buder legt een klanktapijt neer waarop het voor Houtkamp goed vertoeven is, terwijl 'Naxxar' als soundtrack voor een experimentele gangsterfilm zou kunnen dienen. Buder voert de spanning op met zijn wat vreemdsoortige, aan noise grenzende gitaaraanslagen, terwijl Houtkamp ons trakteert op de ene gillende uithaal na de andere.

We benoemden de ongewone kunsten van Buder reeds, maar als u nog een voorbeeld zoekt: beluister dan 'Cospicua', waarin deze gitarist wel heel ver gaat in het ombouwen van een gitaar tot een stuk slagwerk. Het laat eens te meer horen waar het dit duo om te doen is: muziek creëren waarbij de fantasie tot het uiterste wordt geprikkeld. Voor wie durft.

Klik hier om het album te beluisteren.

Labels:

(Ben Taffijn, 2.9.17) - [print] - [naar boven]



Festival
ZomerJazzFietsTour 2017


"Zal Misha Mengelberg in de toekomst herinnerd worden als de geniale chaoot, de dadaïst die het slopen van heilige, heidense en eigen huisjes hoog in het roodwitblauw had staan? Of toch als de componist van eigenlijk behoorlijk traditionele stukken, die zich kunnen meten met de evergreens van Vincent Youmans en Jerome Kern? Na dit weekend weet ik het niet zo zeker meer. Temeer daar ook het Duits-Engelse Mullet van trombonist Hilary Jeffrey uit de put van Mengelberg putte. En het zou me niet verbazen wanneer ook Ernst Glerums Omnibus, die in het kerkje van Oostum geparkeerd stond, mopjes van Misha ten gehore heeft gebracht."

Op 25 en 26 augustus bezocht Eddy Determeyer in het Groningse Reitdiepdal de ZomerJazzFietsTour. Hij zag er optredens van The Quartet, Hilary Jeffery & Mullet, Alex Simu Quintet, Jasper Stadhouders Polyband, AVA, Goran Krmac Kvartet, BassDrumBone, Good Bad Ugly en Ronald Snijders Band.

Klik hier om zijn festivalverslag te lezen.

Bekijk hier een fotoverslag van de ZomerJazzFietsTour door Willem Schwertmann.

Labels: ,

(Maarten van de Ven, 31.8.17) - [print] - [naar boven]



In memoriam
John Abercrombie


Op 22 augustus overleed in New York op 72-jarige leeftijd de Amerikaanse gitarist John Abercrombie.

Op jonge leeftijd leerde hij gitaar spelen. Zijn muzikale interesse ging vooral uit naar de rockmuziek. Met name Chuck Berry was voor hem een inspiratiebron. Dat duurde echter niet al te lang, want hij werd gegrepen door de jazz. Vooral gitarist Barney Kessel was een groot voorbeeld voor hem.

Na zijn studie aan het Berklee College of Music speelde hij eind jaren zestig en begin jaren zeventig in diverse jazzformaties en werd hij een veelgevraagde sessiemuzikant. Hij maakte toen onder meer platen met drummer Billy Cobham. Als leider kreeg hij vooral van het label ECM de ruimte om albums op te nemen.

Zijn debuutplaat onder eigen naam verscheen in 1975: 'Timeless', met Jan Hammer op keyboards en Jack DeJohnette op drums. Een zeer succesvolle muzikale carrière neemt dan een aanvang. Met talloze gerenommeerde musici, zoals trompettist Kenny Wheeler, saxofonisten Charles Lloyd, Mike Brecker en Gato Barbieri, bassist Dave Holland, pianist Paul Bley en drummer Billy Cobham, neemt hij albums op en maakt hij wereldtournees.

Abercrombie's inspiratie vloeide voort uit de avant-garde improvisatie, de jazztraditie en de rockmuziek. Zijn lyrische, melodieuze speelwijze werd immer gehandhaafd. In een latere periode experimenteerde hij ook met elektronische muziek.

Na decennialang te zijn meegegaan in de slipstream van de eigentijdse stromingen concludeerde hij in 2014: "You don't have to find new and exciting types of music to play." En hij voegde daaraan toe: "That stuff just happens when your attitude is really good, when you approach things with an open mind." En dat kan Abercrombie niet ontzegd worden.

Foto: Cees van de Ven

Labels:

(Jacques Los, 31.8.17) - [print] - [naar boven]



Cd / Jazztube
Bill Frisell & Thomas Morgan - 'Small Town' (ECM, 2017)

Opname: maart 2016

Die subtiele eerste noten in Paul Motians 'It Should Happened A Long Time Ago', tekenen Bill Frisell ten voeten uit. In die paar noten zit een volledige muzikale wereld. Thomas Morgan, zijn partner op contrabas tijdens een concert in de roemruchte Village Vanguard, doet er niets voor onder. En bekijk de foto op de achterkant van het boekje en je ontdekt het geheim: twee gewone mannen in warme jassen, de eenvoud druipt eraf. Het viel ook weer onlangs op toen we Frisell mochten aanschouwen op Jazz Middelheim: sterallures zijn de man totaal vreemd. Wat telt is het overbrengen van sfeer, het vertellen van een muzikaal verhaal als in 'It Should Happened A Long Time Ago', nostalgie ademend.

Of Lee Konitz' 'Subconscious Lee'. Morgan zorgt hier voor een onnadrukkelijk maar zeer sfeervol ritmisch patroon, waar Frisell met zijn heldere, kleurrijke gitaarspel als het ware omheen danst. Tot de heren de rollen omdraaien en Morgan een gloedvolle solo neerzet. En wat een oog voor detail hebben deze heren. Niets gaat er verloren.

Frisell is de afgelopen jaren vooral actief geweest met afstoffen van Amerikaanse klassiekers. Dat doet hij met verve en we zouden bijna vergeten dat de man inmiddels ook genoeg eigen stukken heeft toegevoegd aan de canon. Twee van die stukken, 'Song For Andrew No. 1' en 'Small Town' vinden we op dit album. Beide zijn het delicate, contemplatieve stukken op het snijvlak van jazz en americana. Frisells roots in Denver, Colorado zijn erin terug te horen. De Chicago blues, de jazz, de surfmuziek, de Engelse rock van de jaren 60. Al die muziek waar hij mee opgroeide heeft er een plaats in gekregen. Het kenmerkt tevens de keuze van zijn covers. We noemden reeds Paul Motian en Lee Konitz, musici waar Frisell ook mee samenwerkte, maar dit album bevat ook covers van 'What A Party', dat we kennen in de uitvoering van Fats Domino, 'Wildwood Flower', dat gezongen werd door The Carter Family, en van 'Goldfinger'. Bijzonder daarbij is dat het eigenlijk niet uitmaakt welke stukken worden gekozen; in de handen van deze heren lukt alles.

In de Jazztube hierboven Bill Frisell en Thomas Morgan live op het Festival International de Jazz de Montréal, 2 juli jongstleden. Ze interpreteren de Monk-klassieker 'Misterioso'.

Labels: ,

(Ben Taffijn, 27.8.17) - [print] - [naar boven]



Cd
Ben van den Dungen Quartet - '2 Sessions' (JWA, 2017)

Opname: december 2016 - januari 2017

'Net als Amerikanen spelen.' Lange tijd gold dat als het hoogst haalbare voor een Nederlands jazzcombo. Later, in de jaren zestig en zeventig, was het niet langer een blijk van waardering of bewondering: je moest je eigen ding doen, weetjewel. En zo werd er teruggegrepen op puur-Nederlandse culturele ijkpunten als Snip & Snap, Mokumse draaiorgels en West-Friese klompendansen.

Ook die tijd ligt inmiddels ver achter ons. (Hoewel: het is altijd gevaarlijk, dit soort conclusies te vroeg te trekken.) Als ik zeg dat het Ben van den Dungen Quartet Amerikaanse klasse heeft bedoel ik dat er geen sporen zijn van sukkelsound of bleekneusjesbeat. Deze gasten swingen, ongeacht of ze nu in Madrid staan, in Maassluis of in Madison Square Garden. Inderdaad, het BvdDQ is een uitgesproken liveband. Haar vorige cd, 'A Night At The Club', gaf een mooi beeld van hoe vurig en vastberaden de groep in zo'n situatie te werk gaat.

Het onderhavige album heeft eveneens een live-element, in die zin dat er van tevoren geen afspraken werden gemaakt: even repeteren en hup, ertegenaan. Dat het een vaste groep met een lange staat van dienst betreft hoor je aan de spontane detaillering van de arrangementjes. Saxofonist Van den Dungen schrijft mooie stukken die de overigen (Miguel Rodriguez - piano, Marius Beets - bas, Gijs Dijkhuizen - drums) uitdagen. Rodriguez is bij vlagen ronduit indrukwekkend: hem zou ik wel eens een avond solo willen horen. Ook zo'n 'echte' Amerikaan, die gast.

Klik hier om dit album te beluisteren.

Labels:

(Eddy Determeyer, 27.8.17) - [print] - [naar boven]



Jazz Class-X
Sonny Rollins - 'A Night At The Village Vanguard' (Blue Note, 1958)

Opname: 3 november 1957

Sonny Rollins was met jazz opgegroeid in Harlem en had al met Miles Davis, Thelonious Monk, Clifford Brown, Max Roach en vele andere grote muzikanten gespeeld toen hij halverwege de jaren 1950 onder eigen naam albums begon op te nemen en in 1957 uitpakte met een trioformule. Met Shelly Manne aan de drums en Ray Brown op contrabas ging hij op 'Way Out West' vrij zijn gang, zonder dat een pianist akkoorden zat mee te spelen. 'A Night At The Village Vanguard' laat hem horen terwijl hij zo live soleerde met twee andere ritmesecties in een club in de herfst van dat jaar. Ongehinderd stond hij te pieken, zijn creativiteit scheen onuitputtelijk. Hij speelde in en rond thema's, zijn ademstoten bliezen in en uit de melodie. Hij speelde alsof hij met dat improviseren eindeloos kon doorgaan, krachtig en viriel, maar ook romantisch. In 2010 zou saxofonist Jon Irabagon het op zijn 'Foxy' in die manier van spelen nog wat verder drijven en met de hoes verwijzen naar 'Way Out West', weliswaar niet in cowboy-pose met een tenorsax in plaats van een revolver tegen een western achtergrond, maar met een sexy babe in bikini met sax in de duinen...

Sonny Rollins was in die jaren dé saxofonist, briljant en grensverleggend, die zijn instrument beheerste en kon improviseren zonder dat het een moment ging vervelen. In de Village Vanguard ging hij aan de slag met populaire tunes en met bebopklassiekers. Ook dat houdt deze opnamen aantrekkelijk: of je nu de jazzgeschiedenis nog maar pas begint te verkennen of van standards al ettelijke versies hebt gehoord, je kan keer op keer genieten van heerlijke instrumentale live-uitvoeringen die overstromen van ideeën.

Op de originele live-lp stonden spontane versies van drie populaire liedjes met een geschiedenis, te beginnen met 'Old Devil Moon' uit een musical van 1947 en bij Rollins live van bij het begin begeleid met opgewekte percussie en bas. Eind jaren 60 zou Petula Clark het nog zingen. Je vindt er ook 'Softly As In A Morning Sunrise' op, oorspronkelijk uit een operette van 1927 en weer opgepikt in een jaren 40-filmversie, in de Villlage Vanguard mét het melancholische karakter van de song, maar ook met ronde, warme noten op de bas van Wilbur Ware, die in die periode vaak met Thelonious Monk speelde. De tristesse ging nog dieper in het trage 'I Can’t Get Started', dat Billie Holiday in 1938 had opgepikt en dat nadien nog door vele andere grote jazzmuzikanten zou worden gespeeld, eigenlijk afkomstig uit een theaterstuk van 1936 en toen gezongen door Bob Hope. Latere uitgaven die verder plukten uit de drie sessies van die dag brachten onder andere nog een meeslepende versie voort van 'I’ve Got You Under My Skin' en een energieke van 'What Is This Thing Called Love', twee prachtige liefdesliedjes van Cole Porter.

Rollins eerde daarnaast de bebop met 'A Night In Tunesia', een klassieker van Dizzy Gillespie die hij 's namiddags al lekker lang en levendig speelde met Peta LaRoca en Donald Bailey en met 'Striver’s Row', dat hij baseerde op de akkoorden van 'Confirmation' van Charlie Parker, die in 1955 was gestorven. Een andere eigen compositie van Rollins was 'Sonnymoon for Two', kwiek en soepel swingend met de vrolijke noten van Wilbur Ware op bas en het speelse, stuwende slagwerk van Elvin Jones, die van 1960 tot 1966 mee zou spelen met het John Coltrane Quartet. Hij zou er in 1965 dan ook bij zijn om de legendarische lp 'A Love Supreme' op te nemen.

Het gegeven indachtig dat jazz een genre is dat zich graag, zo niet bij voorkeur live laat genieten, raden wij voor uw collectie niet minder dan 'A Love Supreme' ook 'A Night At The Village Vanguard' aan, een document dat live en levenslustig een jazzlegende illustreert op het toppunt van zijn kunnen en hem persoonlijk in zijn aankondigingen aan het woord laat. Het was de eerste plaat die uitkwam in een nog altijd groeiende reeks van opnamen live in de Village Vanguard en het is een mijlpaal gebleken, een van 17 Essential Hard Bop Recordings volgens Scott Yanow, die vele artikels en elf boeken schreef over jazz. Het is een klassieker die saxofonisten ontzag blijft inboezemen en liefhebbers van jazz blijft aanspreken.

Foto: Francis Wolff

Labels:

(Danny De Bock, 25.8.17) - [print] - [naar boven]



Cd's
Ingrid Laubrock - 'Serpentines' (Intakt, 2016)

Opname: 24 mei 2016
Stephan Crump / Ingrid Laubrock / Cory Smythe - 'Planktonic Finales' (Intakt, 2017)
Opname: 13 augustus 2015

De uit Duitsland afkomstige saxofoniste Ingrid Laubrock woont inmiddels al weer enige tijd in New York, sinds 2008 om precies te zijn. Terugkijkend blijkt het meer dan een verstandige beslissing, zowel voor Laubrock zelf als voor de New Yorkse avant-garde scene. Het aantal musici waar zij sindsdien haar groepen mee formeert is gestaag gegroeid en een deel vinden we dan ook terug op twee recent bij het Zwitserse Intakt verschenen cd's. Boeiend aan de twee albums is tevens dat ze Laubrock zowel laten horen in de rol van componist ('Serpentines') als in de rol van improvisator ('Planktonic Finales').

Voor 'Serpentines', waarvoor Laubrock alle composities leverde, bracht ze een wat ongewoon septet samen. Dat er twee blazers inzitten - met naast Laubrock op tenor- en sopraansax trompettist Peter Evans - is allesbehalve ongewoon en dat we een drummer en een pianist aantreffen, respectievelijk Tyshawn Sorey en Craig Taborn, is dat evenmin. Maar dat we een tuba, bespeelt door Dan Peck, vinden in plaats van een bas is al minder voor de hand liggend en dat we Miya Masaoko aantreffen met de koto, een Japanse variant van de zither, is met recht bijzonder te noemen, evenals de medewerking van Sam Pluta met zijn vreemde, door elektronica voortgebrachte geluiden. Met dit septet creëert Laubrock een bijzondere muzikale wereld, zoals we dat inmiddels wel van haar gewend zijn.

Neem 'Chip In Brain' dat zo prachtig begint met een ronkende tuba, als een stationair lopende motor van een vrachtwagen, eerst doorsneden met Pluta's vreemde geluiden en met Evans' uithalen en dan met Laubrocks breekbare ijle lijnen op tenorsax, klinkend als een misthoorn. Andere musici vallen bij in deze aan rijkdom winnende klankwereld. Bijzonder is ook 'Squirrels'. Terwijl drums, tuba en in mindere mate piano zorgen voor een blues-achtig ritme, kiezen de blazers het ruime sop en trakteren ons op een overvloed aan atonale noten. En wat te denken van Pecks marsachtige ritme verderop in het stuk dat ineens oprijst uit Pluta's noise. We merkten het al eens eerder op, maar het valt bij het beluisteren van dit album wederom op: Laubrock is steeds meer in eerste instantie componist en dan pas musicus. En dan het type componist dat evenzeer weg weet met het idioom van de jazz als met dat van de hedendaags gecomponeerde muziek.

In de zomer 2015 troffen Laubrock, bassist Stephan Crump en pianist Cory Smythe elkaar voor het eerst in Laubrocks oefenruimte in Brooklyn. De drie kenden elkaar vagelijk, al speelden ze nog niet eerder samen. Maar, zoals Crump opmerkt: "It worked right from the first note, it felt fresh and exciting." En wat doe je dan in zo'n geval? Juist, je neemt een cd op. Eentje vol niet al te lange improvisaties, elf in totaal, waarin volop wordt geëxperimenteerd en waarin die opwinding waar Crump het over heeft voelbaar is. Of planten nu echt groeien op 'Tones For Climbing Plants' hebben we niet uitgeprobeerd, maar het zou zo maar kunnen. Crumps zingende en resonerende bas klinkt hier in ieder geval aantrekkelijk genoeg en Laubrock op sopraansax is een genot voor het oor. De titel 'A House Alone' dekt in ieder geval wel volledig de lading. Middels losse klanken, die de tijd krijgen om weg te sterven, creëert het trio hier in nog geen drie minuten een verstilde wereld. Je ziet het huis liggen, met de meest nabije buur op een half uur rijden. Grappig is 'As If In Its Throat'; het klinkt net zo ongemakkelijk als die graat die in je keel blijft steken.

Klik hier om twee tracks van 'Serpentines' te beluisteren. En klik hier voor twee tracks van 'Planktonic Finales'.

Labels:

(Ben Taffijn, 24.8.17) - [print] - [naar boven]



Interview
Paul van Kemenade


"Hij zit veertig jaar in het vak en zijn eindejaarsfestival Stranger Than Paranoia bestaat een kwart eeuw. Zelf inmiddels ook zestig. Alle reden dus voor een feestje rond altsaxofonist, componist, cultuurondernemer en onvermoeibaar projectenontwikkelaar Paul van Kemenade. Het wordt op 4, 6 en 7 oktober gevierd, in zijn woonplaats, in Paradox en Theaters Tilburg, en in het Amsterdamse Bimhuis. 'Zeven groepen heb ik uitgenodigd - Engeland, China, Rusland, Brazilië, vier deejays, het wordt een grote happening. Een mooie aanleiding om van alles te proberen. Gewoon een thema aan ophangen en go!'"

Eddy Determeyer sprak met Paul van Kemenade over "zo'n pluim op je kop", een cabaretprogramma met acrobaten en variété, Cannonball en een contraptie in vijftig tinten grijs.

Lees hier het volledige interview.

Foto: Monique van der Lint

Labels:

(Maarten van de Ven, 22.8.17) - [print] - [naar boven]



Concert
Geluid nekt groep

Bert Kleijn & The Summersales, donderdag 17 augustus 2017, Noorderzon Performing Arts Festival, Noorderplantsoen, Groningen

De Groninger Noorderzon, het jaarlijkse Performing Arts Festival, heeft een lange voorgeschiedenis. Ooit, in de jaren zestig, begonnen als een beeldende kunstmanifestatie, evolueerde het via muziekfestival, muziekfestival plus theatrale toevoegingen, theaterfestival met flink wat jazz en pop tot het huidige theaterfestival met wat muzikale franje. Het zij zo.

Drummer Bert Kleijn had de eer het spektakel in het Noorderplantsoen te openen met zijn groep The Summersales. In feite een soort reünie - ook de geschiedenis van deze band gaat tientallen jaren terug. Zo was het verrassend om trompettist Freek Bakker na een dikke twintig jaar en bezigheden in het buitenland voor het eerst weer op een podium aan het werk te zien.

Het concept van de band is verleidelijk: souljazz meets Senegalese percussie. Pape Seck, Mustapha Seck en Kleijn zelf vormen een rotsvaste eenheid, de solide basis voor de band. Met name die eerste imponeerde met zijn messcherpe werk op de bougarabou, die met hand en stok bespeeld wordt. Daarbij vertelt hij verhalen, communiceert hij voortdurend met het - talrijke - publiek. Maar vlak ook Mustapha niet uit. Diens handen lossen met enige regelmaat op in wazige vlekken net boven de djembé. Die intelligente robots die ons gaan vervangen zullen er nog een hele kluif aan hebben. Maken ze dat ook eens mee.

Helaas waren trompet en tenorsax (van Johan Huizing) in het geluidsbeeld ondervertegenwoordigd. Om de een of andere reden begon de soundcheck een kwartier na de geplande aanvangstijd, dwars door de pauzemuziek heen. Dat leverde voor het publiek wel aardige clashes op, maar bleek niet bevorderlijk voor de uiteindelijke balans.

Deze band moet maar eens een half jaartje het oefenhok in en flink tekeergaan in jeugdhonken en op festivals. Want zoals gezegd, de opzet is aantrekkelijk. Dan zouden de aangenaam stuiterende baslijnen van Rob Wattimury trouwens ook beter tot hun recht komen.

Fotografie: Jan Westerhof

Labels:

(Eddy Determeyer, 21.8.17) - [print] - [naar boven]



Cd
Fumio Yasuda - 'Musique D’Entracte' (Winter & Winter, 2017)

Opname: 25-27 oktober 2016

Je hoeft geen muziekschool gevolgd te hebben of vaak naar Klara radio te luisteren om de naam van Erik Satie te verbinden met klassieke muziek. En klinkt zijn naam toch totaal vreemd, dan is de kans groot dat je al ergens iets van zijn 'Gymnopédies' of 'Gnossiennes' bent tegengekomen, omdat sinds jaar en dag stukjes daarvan opduiken in handen van andere muzikanten, in films tot in computerspelletjes toe. De man heeft zich met zijn composities en door zijn invloed op tijdgenoten en latere stromingen onsterfelijk gemaakt.

De 150ste verjaardag van zijn geboortedag maakte dat Satie in 2016 weer meer in de belangstelling kwam te staan. Hij was een excentriekeling bij wie ook zijn vrienden Debussy en Ravel enige inspiratie vonden. Zelf stak hij de muzikale impressionisten voorbij; Satie maakte vanaf 1919 aansluiting met de dadaïsten in Parijs. Kort voor zijn dood in 1925 componeerde hij muziek voor balletten met Picasso en Picabia en voegde hij muziek toe aan de film 'Entr’acte' van René Clair, waarin onder anderen Man Ray en Marcel Duchamp opduiken. Het werk van Satie zou invloed uitoefenen op het surrealisme, absurd theater, repetitieve muziek en minimalisme. John Cage prees hem om zijn minimalistische stukken avant la lettre.

Vermits muziek van John Cage van beslissende invloed is geweest op de Japanse componist en pianist Fumio Yasuda, verwondert het niet dat ook hij Satie zou ontdekken en anderen Satie wil laten ontdekken. Met deze cd brengt Yasuda een ontmoeting tot stand met wat hij schatten vindt in het repertoire van zowat een eeuw geleden. Hij herschreef een aantal stukken en werkte voor de uitvoering samen met de klassiek georiënteerde Julie Läderach op cello en Joachim Badenhorst op klarinet en saxofoon. Het is die laatste die in onze kontreien het makkelijkst een belletje doet rinkelen. Badenhorst profileert zich de laatste jaren met zijn Carate Urio Orchestra en met Rawfishboys, terwijl hij vast lid blijft van het Han Bennink Trio en de voorbije jaren onder meer ook in groepen speelde van Kris Davis en Samuel Blaser. Hij heeft een hart voor improvisatie en blijft de mogelijkheden met zijn instrumenten onderzoeken.

Sommige vertolkingen van dit trio kunnen zo in de toegankelijke radioprogramma's die de liefhebbers van een zender als Klara bedienen, andere kunnen daar perfect passen in de wat alternatievere als Valckenaers & Vanhoudt. Meerdere stukjes leunen immers zacht en lenig aan bij impressionisme, minimalisme of verfijnde balletmuziek, terwijl andere met geprepareerde piano en ietwat onorthodoxe klanken beschaafd ideeën lenen uit hedendaagse werelden van de geïmproviseerde muziek. Aldoor valt de verfijning op in het spel op cello, op klarinet en basklarinet, op saxofoon en piano. Uiterst beheerst vertolken zij klanken en emoties.

Heel wat van de gekozen stukjes maken eigenlijk deel uit van grotere composities, wat per titel kort wordt meegegeven op de achterflap. De bloemlezing plukt uit zowel vroeg als later werk, waarbij ook de 'Messe Des Pauvres' wordt aangeraakt. Ontroerende mooie en een glimlach ontlokkende dansmuziek ('Son Binocle From 3 Valses Distinguées Du Précieux Dégoûté', 'Danses De Travers From Pièces Froides') wordt gevolgd door tedere en levendige, huppelende en dan weer verstilde stukken. De filmmuziek waarnaar de titel van de cd verwijst, is in een van de langere stukken verwerkt. Als je de kortfilm 'Entr’Acte' één keer hebt gezien, komen bij 'Cinéma' zo weer beelden uit de stomme film voorbij. Met de wat vrijere klanken wordt niet gewacht tot in de laatste nummers, wat de opbouw van de cd afgemeten uitdiept. Al gauw dansen de noten weer uiterst lieflijk en sierlijk, zoals in 'Danse De L’Homme Et De La Femme' uit 'Relâche' – ontspannend, zacht en teder gaat het verderop. Schoonheid zit ook in ingetogen delen, vlinders lijken op te vliegen uit de kleppen van de sax van Badenhorst op 'Prélude Du Premier Acte - La Vocation From Le Fils Des Étoiles'.

Afsluiter 'Vexations' komt als een slaaplied met een metalige twist en herinnert aan een andere geniale excentriekeling, die als Moondog door het leven ging, in een ander tijdvak, in Amerika. Als een bijzondere tijdreis schilderen de liner notes de onderneming af van deze 'Musique D’Entracte', als een uitnodiging om te gaan citytrippen tussen toen en nu laat deze cd zich ook beluisteren.

Klik hier om dit album te beluisteren.

Labels:

(Danny De Bock, 20.8.17) - [print] - [naar boven]



Festival
Jazz Middelheim 2017 Dag 4


"De Ierse romancier Roddy Doyle schreef: 'De Ieren zijn de zwarten van Europa, de Dubliners de zwarten van Ierland en de Noorddubliners de zwarten van Dublin.' Hoor Van Morrison en je kunt Doyle niet anders dan gelijk geven. Als de zwarte Amerikanen de blues niet hadden uitgevonden, hadden de Ieren het gedaan."

Ben Taffijn bezocht Jazz Middelheim. Op de vierde en laatste dag van het festival zag hij concerten van Becca Stevens, Nicolas Kummert Résonance, Dans Dans, Van Morrison en Drifter.

Klik hier om zijn festivalverslag te lezen.

Cees van de Ven maakte een fotografisch verslag van de derde dag van Jazz Middelheim 2017, zondag 6 augustus. Klik hier om zijn foto's te bekijken.

Labels: ,

(Maarten van de Ven, 19.8.17) - [print] - [naar boven]



Cd
Winston Byrd - 'Once Upon A Time Called... Right Now!' (Ropeadope, 2017)


Winston Byrd is zo'n trompettist die je overal tegen kunt komen. Zijn niet bepaald bescheiden geluid sierde het Duke Ellington Orchestra (van na Ellington), maar ook producties van hiphop-icoon Usher. Zo is ook het gebodene op 'Right Now!' zeer divers te noemen.

De deur wordt onverschrokken ingetrapt in het openingsnummer 'Ramblin’'. Zeker, de Ornette Coleman-compositie blijkt zich 58 jaar na dato heel goed te lenen voor een eigentijdse, opgefunkte behandeling. Met een prominente wahwahgitaar (van David Sampson), een juichend en bubbelend orgel (van Julian Le) en de eveneens op de wahwah aangesloten trompet van de meester zelf.

Als het hoog en hard moet heb je aan Byrd een betrouwbare kracht. Hij zit ergens tussen Clark Terry en Maynard Ferguson. Zijn fenomenale instrumentbeheersing spat van alle tracks af, maar op zijn subtielst en overtuigendst is Byrd in een relatief rustig nummer als 'Anne Rising'. Daarbij houdt hij ervan je op het verkeerde been te zetten. Want tijdens de eerste maten van 'On This Night Of A Thousand Stars' verkeer je in de overtuiging dat het orkest van mambo-koning Pérrez Prado heupwiegend binnenkomt om 'Cherry Pink An Apple Blossom White' nog maar weer eens uit de mottenballen te halen. Zijn piccolotrompet in 'Borrowed Time' en 'Blue Rondo A La Turk' slingert je tussen Beatles en Bach en in 'Brotherhood Of Man' is Clark Terry gevangen in een spiegelpaleis. 'One Life, One Love' is dan weer zo'n typisch eigentijds R&B-nummer, compleet met koortje en handclaps.

De enige track waar je vraagtekens bij kunt zetten is 'Mumbles', al is het alleen maar omdat Terry zelf het zoveel beter en definitiever heeft gedaan. En lolliger.

'Right Now!' is een zwaar geproduceerde affaire geworden, opgenomen in vier studio's in Californië en Pennsylvania. 31 Muzikanten waren erbij betrokken. Straight ahead of smooth, Winston Byrd trekt er zijn neus niet voor op of zijn hand voor om. Dit is heel wat grappiger dan veel van die contemporaine onzin waarbij jazz een onzalige verbintenis aangaat met funk en hiphop. Ik zou deze gast wel eens live aan het werk willen zien. Kon nog wel eens op een vet feestje uitdraaien.

Klik hier om dit album te beluisteren.

Foto: Len Carsillo

Labels:

(Eddy Determeyer, 17.8.17) - [print] - [naar boven]



Festival
Gouvy Jazz & Blues 2017 Dag 2


"Tom Harrell lijdt sinds zijn twintigste aan schizofrenie en het is merkwaardig hoe hij dankzij en ondanks de medicatie een feilloze techniek combineert met een bewonderenswaardige creativiteit. Als hij niet speelt, staat hij er bij als een zonderlinge figuur, maar muzikaal is hij een van de meest begaafde trompettisten in de jazzgeschiedenis. Vergelijkingen met de grootsten zijn niet van de lucht en hij dwingt ook als componist in jazz en klassieke muziek bewondering af van vele topmuzikanten."

Danny De Bock bezocht het jazzluik van het festival Gouvy Jazz & Blues 2017. Op zaterdag 5 augustus zag hij concerten van Natacha Wuyts Quartet, Swingin' The Blues, Andrea Motis & Joan Chamorro Quintet, Rick Margitza/Gabor Bolla Quintet en Tom Harrell Quartet.

Klik hier om zijn festivalverslag te lezen.

Foto: Tina Tindemans

Labels: ,

(Maarten van de Ven, 17.8.17) - [print] - [naar boven]



Cd's
Håkon Storm with Zapp4 - 'Kobolt' (Norcd, 2016)

Opname: 12-13 maart 2016
Zapp4 - 'In Bloom - The Music Of Nirvana' (Zennes, 2017)
Opname: juni 2016

Zapp4 is zondermeer een van de meest opvallende strijkkwartetten in het muzikale landschap. Het feit alleen al dat u hier op de blog van Draai om je oren een recensie vindt van dit kwartet, toont reeds aan dat zij zich niet tot de ijzeren kwartetliteratuur binnen de klassieken na Mozart beperken. Sterker nog, het werkwoord beperken kennen de heren van Zapp4 helemaal niet. Ze bogen zich over de muziek van Radiohead, Nirvana - waarover straks meer - en traden vorig jaar nog tijdens Cross-Linx op met de Noorse zangeres Ane Brun. Maar ook binnen wat we voor doorgaans onder jazz verstaan hebben ze hun sporen reeds verdient. Zo speelden ze tijdens November Music 2014 nog met gitarist Marc Ribot. Reden te meer om ons te buigen over twee recente albums van dit kwartet: 'Kobolt' dat vorig jaar verscheen en dat ze opnamen met de Noorse gitarist Håkon Storm en 'In Bloom', Zapp4's hommage aan de grungeband Nirvana.

Håkon Storm maakte eerder twee soloalbums, 'Zinober' en 'Fosfor', waarin hij balanceerde op de grens van compositie en improvisatie en dan vooral in akoestische vorm. Deze lijn trekt hij door op dit album met Zapp4. 'Kobolt' is dan ook vooral een zeer gelaagde luisterplaat, een album ook dat uitnodigt tot contemplatie. Het samenspel is ernaar. Op 'Intro Og Interlude' is het aanvankelijk altviolist Oene van Geel die de melodie voor zijn rekening neemt met een grote intensiteit, terwijl Storm en de rest van het kwartet de muzikale basis leggen. Als we aansluitend Storm solo horen is dat ingetogen, voorzichtig bijna. 'Gnom' maakt duidelijk dat Storm in eerste plaats een jazzgitarist is, zich soepel bewegend tussen het hier wat feller spelende strijkkwartet. Wat Zapp4 tot zo'n bijzonder kwartet maakt, is goed te horen in 'Rast'. Het subtiele, poëtische samenspel komt hier buitengewoon goed naar voren. Prachtig zoals de vier strijkers samen de juiste sfeer neerzetten. Aanvankelijk zeer rustig, maar langzaamaan spanning opbouwend tot halverwege Storm zijn intrede doet en de melodie oppakt.

'In Bloom' is andere kost. Nirvana uit Seattle veroorzaakte begin jaren negentig een schokgolf in de muziek met wat we later grunge zouden noemen en hun tweede album 'Nevermind' werd beroemd en berucht. Een lang leven heeft de band niet gehad. In 1994 stopte de band ermee na de dood van voorman Kurt Cobain. Ondanks het korte bestaan is de invloed van Nirvana op de hedendaagse rock moeilijk te overschatten. Dit eerbetoon van Zapp4, met voornamelijk nummers van 'Nevermind' en opvolger 'In Utero' is dan ook volkomen op zijn plaats. En dus ja, dan eerst maar weer eens het origineel gedraaid. En het moet gezegd: zanger/gitarist Cobain, bassist Krist Novoselic en drummer Dave Grohl wisten wel wat ze deden. Coherente, zeer stevige nummers zijn het en wat kon die Cobain gillen. Dat horen we bij Zapp4 natuurlijk niet teug en tevens gaat het er wat rustiger aan toe, het is tenslotte een akoestisch spelend strijkkwartet.

Beginnen doen ze met 'All Apologies', een van de weinige rustige nummers van Nirvana en afkomstig van 'In Utero'. Het folk-karakter komt hier goed tot uiting in de melodie, gespeeld door de viool en de pizzicato begeleiding. In de andere nummers heeft Zapp4 het een stuk moeilijker om recht te doen aan Nirvana en het gruizige geluid dat de band produceerde. En het is niet minder dan boeiend om te horen hoe dit kwartet alles aan technieken uit de kast trekt om het origineel recht te doen. Neem hun grootste hit, 'Smells Like Teen Spirit', met het ongemeen ritmische slagwerk van Grohl, Novoselic' pompende bas en de getormenteerd spelende en zingende Cobain. Aangezien een strijkkwartet geen drumstel heeft, lossen de heren het ritmevraagstuk op een andere manier op, maar de structuur blijft staan. Knap gedaan, maar Zapp4 is dan ook niet zo maar een strijkkwartet, daar waren we het reeds over eens.

Klik hier om drie tracks te horen van 'In Bloom'.

Labels:

(Ben Taffijn, 16.8.17) - [print] - [naar boven]





Festival
Jazz Middelheim 2017 Dag 3


"Het kleine podium is op deze dag voor gitarist Ruben Machtelinckx. Hij brengt een soort van ode aan de muziek die ten grondslag ligt aan alle muzikale uitingen die we op dit moment kennen: de volksmuziek. Composities van een verslavende eenvoud. Daar ligt ook de kracht van de groepen die Machtelinckx bij elkaar brengt. Het gaat hem niet om virtuositeit van de uitvoering, maar om de kracht van de muziek. Machtelinckx heeft een dromenfabriek en die draait overuren."

Ben Taffijn bezocht Jazz Middelheim. Op de derde dag van het festival zag hij concerten van Tony Allen Quartet, Machtelinckx/Jensson/Badenhorst/Wouters, Mingus Big Band, Bill Frisell, Linus + Skarbø/Leroux, Randy Weston's African Rhythms en Linus + Økland/Van Heertum/Zach.

Klik hier om zijn festivalverslag te lezen.

Cees van de Ven maakte een fotografisch verslag van de derde dag van Jazz Middelheim 2017, zaterdag 5 augustus. Klik hier om zijn foto's te bekijken.

Labels: ,

(Maarten van de Ven, 15.8.17) - [print] - [naar boven]



Cd
Angiolo Tarocchi Jazz Orchestra- 'Unwired' (JCH Productions, 2017)

Opname: 14-15 februari 2016

De Italiaan Angiolo Tarocchi is een veelzijdig man. Van huis uit bekwaam op de contrabas, heeft hij de afgelopen jaren zijn werkterrein aanzienlijk verbreed. Mede dankzij zijn brede opleiding, waarin zowel hedendaags gecomponeerde muziek als jazz een plaats kreeg. Zo is hij actief als componist, arrangeur, leraar en sinds 2015 als dirigent van een eigen orkest: het Angiolo Tarocchi Jazz Orchestra (18 musici en een zangeres), een vergrote versie van het Jazz Chromatic Ensemble dat reeds sinds 1989 bestaat. Onlangs zag de debuut-cd van dit orkest het licht, 'Unwired', met daarop vijf nummers die alle aspecten van Tarocchi's muziek voor het voetlicht brengen.

Dat Tarocchi deels gevormd is door de klassieke muziek is goed te horen. Zo heeft het begin van 'Unwired' duidelijk symfonische allure en laat hij met de beide solo's voor basklarinet en fluit en de bijpassende pianobegeleiding eveneens horen dat hij als componist duidelijk beïnvloed is door de klassieken. 'Unwired' wint er alleen maar door aan kracht. Direct valt hier overigens ook op dat Tarocchi voor dit orkest het neusje van de zalm van de Italiaanse jazz bijeen heeft gebracht.

In 'Blues To Blues' horen we een geheel andere kant van het orkest. Hier brengt Tarocchi een soort van ode aan de klassieke bigbandjazz, gebaseerd op thema's van Daniele Cavallanti, met wie hij het Jazz Chromatic Ensemble leidt. In 'Dark Eyes' brengt Tarocchi eveneens een soort van ode, maar dan aan de Ossetische componist van liederen Ahser Dzhigkaev. Het is een zeer aantrekkelijk stuk, met een enorme drive. Bijzonder is de trombonesolo van Andrea Baronchelli.

En dan rest nog 'Skydream #5', voorafgegaan door het zeer korte #3, dat er een opmaat toe vormt. Tarocchi heeft het stuk reeds uitgebracht met het Jazz Chromatic Ensemble, maar was benieuwd hoe het met een orkest van deze omvang zou klinken. Nu, hier kunnen we kort over zijn: uitstekend. Het stuk heeft een in lagen opgebouwde stuwende drive, die hier door de blazers meeslepend wordt vormgegeven. En dan die gierende gitaarsolo van Alberto N.A. Turra en de swingende altsaxsolo van Francesco Bianchi. Meesterschap.

Angioli Tarocchi dus, met zonder meer een van de beste bigband-albums sinds tijden. Onthouden die naam.

Klik hier om het album te beluisteren.

Labels:

(Ben Taffijn, 13.8.17) - [print] - [naar boven]


Lees verder in het archief...






Menupagina's:

Zoeken op Draai:


web deze website

Redactieadres:

Hoekstraat 1 B17
3910 Neerpelt
België
(0032) 11747180
(0032) 498788554

Nieuws, tips, suggesties, adverteren, meewerken?
Mail de redactie.